Contacteer ons of spring binnen op Raas van Gaverestraat 67b in Gent.

Ontdek onze groepsbegeleidingen, en evenementen.

Het laatste nieuws en interessantste weetjes over de wereld van adoptie.

Ontdek een hulpverlener bij jou in de buurt via deze handige adoptiekaart.

Wil je meer weten?

Hier vind je meer informatie over uiteenlopende thema's zoals belang van het kind, specifieke ondersteuningsbehoeften, nazorg, opvoeding, identiteit en roots.

Special needs:

  • Brochure draagkracht en draaglast (bij special needs)
  • Reportage over adoptie van een kind met specifieke ondersteuningsbehoeften
  • Paper over definitie van ‘special needs’-adoptie
  • Adoptieverhaal specifieke ondersteuningsbehoeften

Bekijk alles

Adoptie van siblings: enkele tips

(eerder verschenen in VAG-magazine)

Enkele tips & advies

Soms worden twee of meerdere kinderen die aan elkaar verwant zijn samen geadopteerd. In dit geval spreken we van een siblingadoptie. Siblings is namelijk de Engelse term voor broers en zussen. Een siblingadoptie is een specials needs adoptie die extra draagkracht vraagt van ouders. Doordat het een dimensie toevoegt aan het adoptieouderschap zijn specifieke opvoedingsvaardigheden nodig. In 2018 ontvingen 13 kandidaat-adoptiegezinnen een positief geschiktheidsvonnis voor de adoptie van meer dan 1 kind en sinds 2012 adopteerden een 40-tal Vlaamse gezinnen siblings. Voor opvoedingsondersteuning kunnen deze ouders terecht bij Steunpunt Adoptie.

Nam (3 jaar) en Bihn (5 jaar) zijn broer en zus. Met Nam hebben we op een relatief korte periode een sterke band kunnen opbouwen, maar met Bihn loopt het moeilijker. Zij is eerder teruggetrokken en reageert soms heel afwijzend naar mij toe. Ik kan me er erg schuldig over voelen. Tussen Bihn en mijn man klikt het gelukkig beter. Hoe kan ik mijn relatie met Bihn versterken?

Als ouder van een sibling moet je een band opbouwen met meerdere kinderen tegelijk. Het is niet erg als dit met het ene kind vlotter lukt dan met het andere. Verschillende factoren spelen hierin een rol. Misschien heeft het ene kind meer meegemaakt waardoor het moeilijker is om zich open te stellen? Of misschien herken je jezelf meer in een van de twee waardoor jullie sneller een connectie voelen?
Alleszins vraagt het opbouwen van een band een inspanning van beide partijen. Juist doordat het energie vergt, kiezen adoptiekinderen meestal één van beide ouders om zich eerst aan te hechten. Na verloop van tijd zoeken ze ook contact met de andere ouder. Het is dus normaal als je dochter meer toenadering zoekt tot je partner.
Om een vertrouwensband met je kind op te bouwen, is het belangrijk om sensitief-responsief te reageren. Dit betekent dat je haar signalen ontvangt, correct interpreteert en er gepast op reageert. Benoem wat je dochter doet en hoe je denkt dat ze zich voelt. Zo zal ze zich gezien voelen en weten dat ze er mag zijn. Sommige kinderen hebben namelijk nooit het gevoel gekregen dat ze er mogen zijn. Door eerdere ervaringen hebben ze geen basisvertrouwen in zichzelf en anderen ontwikkeld, en lokken ze reacties uit die hen in dit gevoel bevestigen. Sensitief-responsief handelen doorbreekt deze gedachten en dit patroon.

Nia (8 jaar) en Yaro (6 jaar) zijn samen geadopteerd en enkele maanden bij ons. In het tehuis zaten ze in aparte leefgroepen, dus kenden ze elkaar niet. Ze maken heel veel ruzie: elkaars speelgoed afpakken, elkaar treiteren, elkaar pijn doen … Het eindigt meestal in tranen en zo gaat het de hele dag door. Straffen willen we niet doen, omdat we nog volop aan de hechting werken. Wat kunnen we doen om het geruzie te doen stoppen?

Kinderen die zijn grootgebracht in een tehuis hebben soms geleerd dat ze moeten vechten om eten, speelgoed of aandacht. Het kan een tijdje duren voordat ze inzien dat dit niet meer nodig is. Ook hebben adoptiekinderen bij aankomst dikwijls een emotionele achterstand, waardoor ze nog sterk op het eigenbelang zijn gericht en een eerder beperkt inlevingsvermogen hebben. Als je echter ziet dat je kinderen elkaar pijn doen, mag je gerust grenzen aangeven. Grenzen bieden veiligheid, wat evenzeer nodig is voor een goede hechting. Laat blijken welk gedrag je afkeurt en toon welk gedrag gewenst is. Door complimentjes te geven, kan je dit gewenst gedrag vervolgens aanmoedigen.
Als je kinderen veel ruziën, is het nuttig om elk kind een eigen plek te geven waar ze kunnen spelen, rusten, zich kunnen ontspannen. Zo ondervinden je kinderen hoe het is om iets voor zichzelf te hebben.
Wanneer je kinderen samen zijn, kan je aangeven dat ze je aandacht hebben door onder andere afwisselend te benoemen wat elk kind doet en door hen met de eigen voornaam (in tegenstelling tot ‘jullie’) aan te spreken. Daarnaast kan je bevestigen dat ieder kind aan de beurt zal komen. Leg bijvoorbeeld uit dat je eerst de ene zal helpen met het aandoen van zijn jas en daarna de schoenen van de andere zal strikken. Als je kind het vervelend vindt om te wachten, mag je dit gevoel gerust benoemen zodat je kind zich gezien en begrepen voelt. Probeer er verder op toe te zien dat elk kind individueel voldoende aandacht krijgt door met elk apart activiteiten te ondernemen.

Ondanks het leeftijdsverschil zullen David (10 jaar) en Alexander (8 jaar) vanaf dit schooljaar in hetzelfde leerjaar zitten. We vrezen wat dit zal doen met het zelfvertrouwen van David. We hebben alvast aan de directie gevraagd om hen niet in dezelfde klas te zetten. Wat kunnen we nog doen?

Wanneer het jongste kind het oudste kind inhaalt, is dit vaak lastig voor de oudste met een mogelijk afnemend zelfvertrouwen, faalangst of stress tot gevolg. Indien je kind het hier moeilijk mee heeft, luister dan en erken hem in zijn gevoel. Door veel te praten en begrip te tonen, kan je tot een zo comfortabel mogelijke situatie komen. Iedereen is verschillend en elke persoon heeft zijn eigen talenten. Een welgemeend compliment kan wonderen doen. Door in te zetten op de vele andere kwaliteiten van je kind kan je zijn zelfvertrouwen versterken. Dialoog, empathie en weerbaarheid opbouwen zijn met andere woorden belangrijk.

Joni (16 jaar) en Roman (11 jaar) zijn sinds 2008 bij ons. Joni pubert enorm. Hij is opvliegend, zet zich tegen ons af en noemt ons slechte ouders.  We hebben niets over hem te zeggen, want we zijn toch zijn 'echte' ouders niet. Alles is een strijd en alles is onze schuld. Hoe moeten we hiermee omgaan?

De puberteit is voor veel gezinnen een lastige periode. Kinderen moeten ontdekken wie ze zijn en wie ze willen worden. Hierbij komen ze los van hun ouders, terwijl de relatie met leeftijdsgenoten des te belangrijker wordt. Voor geadopteerden kan de zoektocht naar identiteit extra moeilijk zijn. Ze hebben geen volledige informatie over hun verleden en beseffen dat ze door hun adoptiestatus altijd een beetje anders zullen zijn. Hierdoor moeten ze niet alleen ontdekken wie ze zijn, maar ook wie ze zijn met betrekking tot hun adoptie. In deze verwarring is het niet vreemd dat adoptiekinderen hun puberteit extra hevig ervaren en ze uithalen naar degenen die het dichtst rond hen staan.
Als ouder is het belangrijk om verbindend te blijven communiceren met je kind. Een opvliegende puber lokt felle reacties uit, maar om escalatie te vermijden, is het beter om je niet te laten meeslepen door emoties. Door zelfcontrole behoud je het gezag.
Geef aan dat je verder wil praten als er terug rust is en blijf uitnodigend. Luister naar wat je kind nodig heeft om te kalmeren. Pas daarna kan je samen op zoek gaan naar een oplossing. Bepaal onderling wat de afspraken en regels zijn, en wat er gebeurt als deze niet worden nageleefd. Het is niet nodig om onmiddellijk een gepaste reactie klaar te hebben. Als je puber na het afgesproken uur thuiskomt, hoef je niet 's nachts nog het gesprek aan te gaan, maar kan je zeggen dat jullie hier morgen over zullen praten. Hierbij is open en eerlijke communicatie belangrijk. Zo kan je benoemen dat je vragen stelt uit bezorgdheid in plaats van wantrouwen. Als je bijvoorbeeld zelf een fout gemaakt hebt als ouder, geef dan gerust het goede voorbeeld door dit toe te geven.
De focus ligt op verbinding. Door verbindend te communiceren, laat je zien dat - hoewel je bepaald gedrag afkeurt - je zoon bij jou terecht kan en je hem wil ondersteunen om zich aan de regels te houden. Een dergelijke manier van consequent en betrokken reageren, vraagt geduld en volharding, maar het helpt om negatieve patronen te doorbreken en een goede relatie te onderhouden.

Over twee maanden maken we een rootsreis naar het herkomstland van onze twee zonen. Noah (9 jaar) heeft weinig herinneringen aan zijn land, maar Achille (13 jaar) was zes op het moment van zijn adoptie en herinnert zich nog veel. We gaan met enkele andere Vlaamse adoptiegezinnen een bezoek brengen aan het tehuis waar ze gewoond hebben en reizen daarna door naar de hoofdstad. Achille ging eerst akkoord, maar toont nu schijnbaar geen interesse meer. Noah is wel enthousiast en daar reageert Achille dan gepikeerd en kleinerend op. Het leek ons goed om de reis te maken nog voor onze jongens in de puberteit komen, maar nu twijfelen we of we nog wel moeten gaan?

Soms reageren kinderen in eerste instantie enthousiast op de vraag om terug te gaan, maar roept het daarna bezorgdheden en angsten op die ze niet durven bespreken met hun ouders. Misschien is je kind bang voor wat hij zal aantreffen? Misschien vreest hij de confrontatie met kinderen in het tehuis die niet geadopteerd werden? Misschien is hij teleurgesteld dat jullie niet op zoek gaan naar zijn geboorteouders, maar durft hij dit niet te laten blijken uit loyaliteit naar jullie toe? Door de dialoog aan te gaan, kan je proberen te achterhalen wat er speelt. Mogelijk volstaat het voor je zoon om te weten dat hij op elk moment mag aangeven dat het voor hem te veel is. Benoem dat je zoon kennelijk met iets rondloopt en dat jullie bezorgd zijn. Op die manier kan je samen beslissen of het nog een goed idee is om met z'n allen te gaan. Daarnaast mag je ook respect vragen voor de interesse die zijn jongere broer toont. Elke geadopteerde verschilt hierin. Ook broers en zussen verschillen, omdat ze andere karakters, ervaringen, herinneringen, verwachtingen, interesses … hebben.
Als je zoon het te moeilijk vindt om hierover met jou te praten, kan je voorstellen dat hij er met iemand anders over spreekt, bijvoorbeeld iemand uit de groep met wie jullie samen reizen, een andere geadopteerde via a-Buddy of een nazorgmedewerker van Steunpunt Adoptie.

Leestips

Nieuwe autoriteit - Haim Omer
Geadopteerd: Een leven lang op zoek naar jezelf - David Brodzinsky
Pubers: De 100 meest gestelde vragen - Stef Desodt
Adoptie van twee of meer kinderen tegelijk - Stichting Adoptievoorzieningen