Contacteer ons of spring binnen op Raas van Gaverestraat 67b in Gent.

Ontdek onze groepsbegeleidingen, en evenementen.

Het laatste nieuws en interessantste weetjes over de wereld van adoptie.

Ontdek een hulpverlener bij jou in de buurt via deze handige adoptiekaart.

Wil je meer weten?

Hier vind je meer informatie over uiteenlopende thema's zoals belang van het kind, specifieke ondersteuningsbehoeften, nazorg, opvoeding, identiteit en roots.

Opvoeding:

  • Ervaringsverhalen - Over hechting en zakdoeken
  • Slaapproblemen bij adoptiekinderen: hoe kan je ermee omgaan?
  • Interlandelijke adoptie: Diversiteit is de sleutel
  • Benoemen en sensitieve responsiviteit

Bekijk alles

Extreme controlebehoefte bij kinderen die geadopteerd werden

Onderstaand artikel verscheen eerder in het VAG-magazine
Geschreven door Kristina Van Remoortel

Extreme controlebehoefte bij kinderen die geadopteerd werden
Het woord controle komt van het Middelfranse contre-rôle. Letterlijk betekent het tegenregister, een tegengewicht voor het huidige beleid. Wat teveel naar links gaat, duw je naar rechts. Wat krom staat, zet je recht.

Als ouder ga je je kind in bepaalde mate controleren. Opvoeden gaat over bijsturen van gedrag. “Handen wassen na het plassen.” “Rustig zitten in de zetel.” “Eten met je mond toe.” Als ouder kijk je toe op het gedrag van je kind en corrigeer je waar nodig. Zo probeer je de controle te houden over wat er gaande is. Maar wat als je kind dit niet toelaat? Als bijsturing van jou onrust in plaats van rust brengt? Soms lokt dit net drang naar controle uit bij het kind zelf. In dit artikel gaan we dieper in op de behoefte aan controle. Bij adoptiekinderen zien we soms hoe dit een extreme vorm aanneemt. Waar komt extreme controlebehoefte vandaan en hoe kan je als ouder hiermee omgaan?

Controlebehoefte als ontwikkelingsfase binnen hechting
Als een kleuter de behoefte heeft om de controle over te nemen van de ouder vinden we dat normaal en leeftijdsadequaat. Elke gezonde ontwikkeling kent een moment waarop een kind zelf het bestek wil vasthouden bij de maaltijd. We verschieten ook niet wanneer dat kind er op staat om zelf de schoenen aan te doen. Het is zelfs geen uitzondering om als ouder in die periode het standaard antwoord ‘nee’ te krijgen. Deze fase kan gezien worden als deel van het hechtingsproces, dat Truus Bakker omschrijft aan de hand van haar hechtingspiramide. We spreken over de koppigheidsfase, een stadium waarin het kind werkt aan zijn zelfstandigheid. Het kind ontdekt dat het zelf iemand is, los van de vertrouwenspersoon en schopt soms letterlijk tegen (de grenzen van) deze vertrouwenspersoon. Het kind wilt zelfstandig zijn en geniet van de vrijheid die het loslaten oplevert. Toch blijft de vertrouwenspersoon een veilige haven voor wanneer het nodig is.

Om dit te kunnen moet de eerste levensjaren sterk geïnvesteerd worden in basisveiligheid. Een baby huilt, wordt opgepakt en getroost. Elke keer opnieuw. De baby merkt zo dat hij/zij invloed uitoefent op de wereld en ertoe doet. Dit gevoel ‘er te mogen zijn’ is van onschatbare waarde en kan je zien als een eerste stap in de persoonswording. In die zin is een veilige afhankelijkheid de voorwaarde voor een gezonde onafhankelijkheid.

Bijna alle kinderen hechten zich aan iemand, alleen verschilt de kwaliteit van die gehechtheid sterk.
In welke mate wordt het kind geborgenheid, rust en voorspelbaarheid geboden of is de zorg die het kind krijgt ontoereikend en onvoorspelbaar? Adoptiekinderen zijn geen onbeschreven blad, de gehechtheidservaringen die ze opdeden met vroegere verzorgers bepalen mee hun huidig gedrag.

Controlegedrag bij adoptie
Vaak hebben kinderen met een adoptieachtergrond in het begin van hun levensverhaal onvoldoende ervaren dat ze gevoel invloed hebben en er mogen. Dit kan meer dan één reden hebben: verscheidende opvoeders die onvoorspelbaar aanwezig waren, belangrijke verzorgers die hun taken niet of onvoorspelbaar opnamen, (pleeg)ouders die in plaats van veilige haven net bron van angst waren…

Zo’n start biedt een kind onvoldoende de kans om alle bouwstenen van de hechtingspiramide op een adequate manier op te bouwen. Een gevoel van basisveiligheid is er één van onveiligheid en het gevoel er niet te mogen zijn. Waar het kind zou moeten leren zich toe te vertrouwen aan één of twee belangrijke opvoeders, sluit het zich net af. Dit neemt de bodem weg die nodig is om zelfvertrouwen te laten groeien en creëert onzekerheid. Het is vanuit deze onzekerheid dat het kind op zoek gaat naar manieren om zelf een veilige omgeving te creëren. Een voorspelbare omgeving kan zo’n gevoel van veiligheid geven. Als deze voorspelbaarheid niet aangeboden wordt, kan een kind proberen die te zoeken door zoveel mogelijk zelf te bepalen. Controleverlies staat namelijk gelijk aan gevaar.
Kinderen met een grote controlebehoefte zijn vaak angstig (soms nauwelijks zichtbaar) en vragen geen hulp. Als ouder proberen leiding te geven, regels te stellen of bij te sturen, wordt dat niet of heel moeilijk geaccepteerd. Op een rigide manier regels stellen door te straffen of de stem te verheffen, werkt dan niet. Ook lichamelijk contact en emotionele nabijheid worden soms afgeweerd. Het kind biedt nog meer weerstand om toch controle te behouden op de situatie. Deze weerstand kan in de vorm van brutaal gedrag of door net niet te praten en interactie te weigeren. Zulke situaties leiden tot strijd en escalaties die, zeker in de puberteit, uit de hand kunnen lopen.

Wat kan je als adoptieouder doen?
Wanneer een kind na adoptie in het nieuwe gezin komt, verandert zijn of haar wereld volledig. Van geuren en kleuren, over omgeving en gewoontes, tot eventueel taal en etniciteit. Alles wat was, is niet meer. Alles wat is, is nieuw en onbekend. Dit geldt voor zowel het baby’tje van een paar maanden oud dat binnenlands werd geadopteerd, als het kind van 7 jaar dat uit een ander land afkomstig is. Zo’n aanpassing aan een nieuwe omgeving is er één van formaat. Het vraagt enorm veel van een kind dat zich volop aan het ontwikkelen is.
De behoefte van het kind om controle te houden of over te nemen is een poging om greep te krijgen op het leven. Deze strategie kan van in het begin lang aanhouden of pas na een lange tijd de kop opsteken, bv. wanneer de aanpassingsperiode van 1 tot 3 jaar voorbij is.

Controlegedrag kan je begrijpen als een fragiel overlevingsmechanisme dat het kind nodig heeft om op een effectieve wijze om te gaan met wat het angstig maakt. Het is geen bewust gekozen gedragsstrategie. Er komt geen ratio bij kijken. Uitleggen aan je kind dat het de controle kan loslaten omdat hij/zij nu veilig is, zal dus niet werken. We sommen een aantal manieren op om hier als ouder op een zinvolle manier mee om te gaan.

Tan Lee is 3 jaar en anderhalf jaar in zijn adoptiegezin.  In de auto wil hij niet achteraan zitten. Hij probeert altijd op de schoot van papa of mama zitten als ze aan het stuur zitten.  Dat kan natuurlijk niet. Op een stoeltje in de passagiersplaats vooraan is ook niet haalbaar, omdat hij altijd aan het stuur probeert te geraken.  Zijn ouders hebben al heel veel geprobeerd, maar Tan Lee is niet rustig te krijgen in de auto.  Als hij vastgezet wordt in zijn autostoel achteraan, krijst hij zijn longen uit zijn lijfje en wringt zich uiteindelijk toch los. Uiteindelijk komen de ouders tot de ontdekking dat het voor hun zoontje te beangstigend is om alleen achteraan te zitten.  Hij vreest letterlijk voor zijn dood. Ze proberen vanalles uit om hem gerust te stellen op zijn veilige plek achteraan. Wat hem het uiteindelijk geruststelt is de foto’s van de bestuurder en passagier die achteraan de rugleuning bevestigd zijn.  Zo ziet Tan Lee altijd het gezicht van mama en papa, ook als hij achteraan zit. 

Als adoptieouder is het belangrijk op de eerste plaats begrip op te brengen voor het controlegedrag. Het kan lang duren voordat een kind zich aan de ouder gaat toevertrouwen. Je merkt als ouder dan misschien dat hij/zij opeens geholpen wil worden bij iets dat hij/zij al lang zelf kon, bijvoorbeeld bij het aankleden of met eten (cfr. teruggaan en inhalen bij hechting). Dat is een positief signaal. Geduld is met andere woorden noodzakelijk.

Neem op een positieve manier de leiding. Leg niet op alle slakken zout, maar wees duidelijk over de dingen die je belangrijk vindt. Soms is er alleen even een omweg of extra hulp nodig om jouw doel te bereiken.

Als je een grote controlebehoefte merkt, probeer er dan met nieuwsgierigheid op te reageren om zo je kind te begrijpen in plaats van te beoordelen. Toon dat je oprecht geïnteresseerd bent, kijk goed en luister naar de gevoelens die je kind ervaart en benoem deze. Kinderen die voelen dat je hun ervaringen echt probeert te begrijpen, gaan zich openstellen.

Pifou was 6 maanden toen we hem adopteerden. Hij was sterk ondervoed.  Sinds hij bij ons is eet hij alles wat eetbaar en niet eetbaar is.  Hij is ondertussen 5 jaar en heeft overgewicht.  Hij verzamelt eten en verstopt het in huis.  Aan tafel lukt het ons nu om hem normale porties te laten eten en rustiger te eten.  Op school schrokt hij wel alles onmiddellijk binnen.

Controlebehoefte als overlevingsmechanisme komt vooral naar voor wanneer je kind stress ervaart. Ga daarom na bij je kind wat spanning doet stijgen en hoe deze weer naar omlaag kan. Het kan nodig zijn je verwachtingen bij te stellen omdat je kind (door alle stress) op een ander sociaal-emotioneel niveau functioneert dan zijn/haar leeftijd doet vermoeden.

Het kan helpen om je kind een keuzemogelijkheid te geven. Dit betekent niet dat je je kind in alles zijn zin moet geven. Som voor jezelf op in welke situaties je het een eigen keuze kan geven. Zo laat je je kind ervaren dat het invloed heeft op de omgeving.

Jerina is 6 en ongeveer 4 jaar in ons gezin. Ze is een echte dwingeland. Ze wil altijd bepalen wie waar zit aan tafel en laat de afstandsbediening van de televisie nooit los. Als we proberen een grens te trekken, krijgt ze een driftbui tot ze toch haar zin mag doen. We vinden het moeilijk om hard te zijn omdat ze al zoveel meegemaakt heeft voor haar adoptie.

Het kan soms nodig zijn om therapeutische hulp in te roepen. Met traumabehandeling door middel van EMDR kan je bijvoorbeeld werken rond onbewuste overlevingsmechanisme en negatieve opvattingen over zichzelf of de ander.

Bronnen
Steunpunt Adoptie. Teruggaan en inhalen: De kwetsbare gehechtheidsontwikkeling van geadopteerden.

Thoomes-Vreugdenhil, J.C.A., Giltaij, H.P. , van Hulzen, A.J.M., & de Waal J. (2006). Behandeling van hechtingsproblemen. Bohn Stafleu van Loghum.

Stichting Adoptievoorzieningen (2016). Adoptie en hechting als proces. Informatie voor ouders. Utrecht.

www.etymologiebank.nl, geraadpleegd op 15/01/2019

www.kindertherapiedenhaag.nl, geraadpleegd op 15/01/2019