Contacteer ons of spring binnen op Raas van Gaverestraat 67b in Gent.

Ontdek onze groepsbegeleidingen, en evenementen.

Het laatste nieuws en interessantste weetjes over de wereld van adoptie.

Ontdek een hulpverlener bij jou in de buurt via deze handige adoptiekaart.

Wil je meer weten?

Hier vind je meer informatie over uiteenlopende thema's zoals belang van het kind, specifieke ondersteuningsbehoeften, nazorg, opvoeding, identiteit en herkomst.

Opvoeding:

  • Teruggaan en inhalen: De kwetsbare gehechtheidsontwikkeling van geadopteerden
  • De normale situatie bij adoptie volgens Johanne Lemieux
  • Extreme controlebehoefte bij kinderen die geadopteerd werden
  • Onderzoek - Effect van therapieën gericht op opvoedingsvaardigheden

Bekijk alles

Wetenschappelijk onderzoek: open adoptie

Professor Grotevant (University of Minnesota, Department of Psychological and Brain Sciences) maakte in 2020 een overzicht van de kennis over open adoptie. Hieronder vind je een samenvatting.
 
De visie en praktijken rond adoptie zijn de afgelopen decennia sterk veranderd. Open adopties komen steeds meer voor, omdat het - in tegenstelling tot vroeger - door steeds meer adoptiebetrokkenen in het belang van het kind wordt gezien als de geadopteerde contact kan houden met de geboortefamilie (Siegel & Smith, 2012). In het verleden dacht men dat open contact negatief was voor de geadopteerden (het zou verwarrend zijn en leiden tot identiteits- en aanpassingsproblemen), de adoptieouders (die niet volledig de ouderrol zouden kunnen innemen) en de geboorteouders (moeilijk voor hun rouwverwerking).

In de VS heeft nu ongeveer 2/3e van de binnenlands geadopteerde kinderen contact met geboortefamilieleden (Vandivere, Malm, & Radel, 2009). Hoewel hierover geen cijfers bestaan in Vlaanderen, komen open adopties - zowel binnenlands als interlandelijk - ook hier meer voor.

Wat is open adoptie?

Open adoptie wordt door Grotevant gedefinieerd als elke vorm van contact tussen geboorte- en adoptiefamilieleden, waarbij open adopties verschillen op vlak van:

  • soort contact: direct contact omvat het delen van identificeerbare informatie en kan dus bestaan uit de uitwisseling van brieven, foto's, geschenken en persoonlijke ontmoetingen, maar ook uit digitaal contact via e-mail, sms, Skype en sociale media. Indirect contact omvat de uitwisseling van informatie via een tussenpersoon, vaak de adoptiedienst, die identificeerbare informatie verwijdert alvorens de communicatie door te sturen.
  • betrokken personen: soms is er alleen contact tussen de geboortemoeder van de geadopteerde en de adoptieouder(s), maar meestal omvat het contact ook de geadopteerde. Soms omvat het contact meerdere geboorte- en adoptiefamilieleden.
  • frequentie en intensiteit: van zelden tot dagelijks.
  • verloop: contact verandert doorheen de tijd doordat individuen, relaties en omstandigheden veranderen.

Grotevant baseerde zich voor het overzicht vooral op onderzoek uit de VS, maar nam ook onderzoeksresultaten mee uit West-Europa, Australië en Nieuw-Zeeland. Om de resultaten te bespreken, maakte Grotevant een onderscheid tussen drie types van adoptie die vaak voorkomen in de VS: (1) binnenlandse adoptie, (2) adoptie vanuit de jeugdhulp en (3) interlandelijke adoptie.

Binnenlandse adoptie

Uit onderzoek (Grotevant, 2009) blijkt dat interpersoonlijke processen tussen betrokkenen een belangrijke rol spelen in de mate van contact. Wanneer beide families erin slagen om een vertrouwensrelatie te ontwikkelen op basis van empathie en begrip voor de banden die de geadopteerde heeft met beide families, kan het contact groeien. Wanneer die vertrouwensrelatie er niet (meer) is, stijgt de kans dat het contact afneemt en zelfs stopt.

De mate waarin er positieve relaties ontstaan tussen beide families hangt af van de communicatieve vaardigheden van de betrokken partijen, hun vermogen om grenzen te stellen, hun flexibiliteit in dagelijkse interacties en hun toewijding om de relatie te doen slagen (Grotevant, 2009). Vaardigheden om deze contacten te onderhouden kunnen worden aangeleerd en contact kan - al dan niet professioneel - ondersteund worden (bv. door psycho-educatie) (Grotevant et al., 2013).
 
Geadopteerden:

  • Contact met geboorteouder(s) biedt geadopteerden een inzicht in wie hun geboorteouders zijn (bv., Siegel, 2012) en een manier om antwoorden op hun vragen te krijgen. Wrobel en Dillon (2009) vonden dat adolescenten het liefst wilden weten waarom zij werden afgestaan. Jongvolwassenen daarentegen, die beginnen nadenken over het stichten van een eigen gezin, wilden vooral informatie over hun familiale medische voorgeschiedenis (Wrobel & Grotevant, 2019).
  • Er wordt bij adolescente en jongvolwassen geadopteerden geen rechtstreeks verband gevonden tussen contact met geboortefamilie en diverse psychosociale uitkomsten (bv., Ge et al., 2008; Von Korff, Grotevant, & McRoy, 2006). Echter, tevredenheid met het contact van geadopteerden is wel gelinkt aan positieve psychosociale uitkomsten (Grotevant, Rueter, Von Korff & Gonzalez, 2011).
  • In adoptiegezinnen waar er contact is met geboortefamilie, wordt er meer gesproken over adoptie en de rol van verwanten in het gezin (i.e. communicatieve openheid of de openheid om binnen het adoptiegezin te praten over adoptie; Brodzinsky, 2006), wat aanzet tot nadenken over de eigen adoptiestatus en de identiteitsontwikkeling bevorderd. Bij gesloten adopties is er minder (nieuwe) informatie beschikbaar om over te praten, waardoor de integratie van het adoptieverhaal in de identiteit moeizamer verloopt (Van Korff & Grotevant, 2011).
  • Hoewel geadopteerden naarmate ze ouder worden steeds meer zelf vorm geven aan het contact met hun geboortefamilie (Dunbar et al., 2006), blijkt ook uit ander onderzoek dat de relatie met hun adoptieouders belangrijk blijft. Jongvolwassen geadopteerden zijn meer tevreden over het contact wanneer er open en warme communicatie is met hun adoptieouders (Farr, Grant-Marsney, & Grotevant, 2014).

Adoptieouders:

  • Uit onderzoek van Grotevant en collega's (1994) bleek dat adoptieouders die geen contact noch identificerende informatie hadden over geboorteouders het meest bang waren dat de geboortemoeder haar kind terug zou willen. Die angst was gebaseerd op stereotypes, mede gevoed door mediaverhalen van geboorteouders die hun kinderen terug wilden. Adoptieouders die wel direct contact hadden met de moeder van hun kind waren hiervoor het minst bang. In vele gevallen hadden zij hierover met de geboorteouders gesproken en hadden die hen verzekerd dat dit niet zou gebeuren.
  • Wanneer geadopteerden adolescenten zijn, zijn adoptieouders met contact meer tevreden hierover dan degenen zonder contact (Grotevant et al., 2011).

Geboortemoeders:

  • Geboortemoeders wier geadopteerde kinderen intussen de lagere of middelbare schoolleeftijd hebben bereikt, rapporteren het minst onverwerkt verdriet bij open adopties en het meest onverwerkt verdriet bij gesloten adopties of adopties waarbij het contact gestopt was (Christian et al., 1997; Henney et al., 2007). Dit weerlegt de veronderstelling dat contact moeders zou verhinderen om verder te gaan hun leven.
  • De veronderstelling dat geboortemoeders geen contact wensen met de kinderen die zij hebben afgestaan, wordt ook niet bevestigd door onderzoek van Ayers-Lopez en collega's (2008). Van de geboortemoeders die dachten dat hun adolescent kind naar hen zou zoeken als zij het contact zouden verliezen, stond 80% positief tegenover het feit dat er contact met hen werd opgenomen, 5% voelde zich hierbij neutraal en 15% ambivalent. Geen van hen voelde zich negatief over een zoektocht die het kind zou initiëren.
  • Geboortemoeders die contact hebben met hun (ondertussen volwassen) kinderen en kleinkinderen, rapporteren dat deze interacties positief zijn en vreugde geven aan hun leven, zelfs als het contact beperkt is (Battalen, Sellers, McRoy & Grotevant, 2019). Wegens het gebrek aan duidelijke maatschappelijke verwachtingen over de rol van een 'geboortegrootmoeder' is het voor de betrokken partijen wel zoeken naar hoe die rol vorm kan krijgen.

Adoptie vanuit de jeugdhulp

In tegenstelling tot landen zoals het Verenigd Koninkrijk en de VS komen binnenlandse adopties van kinderen uit de jeugdhulp slechts zelden voor in Vlaanderen. Toch delen we hierover ook enkele interessante onderzoeksbevindingen.

  • Tot voor kort dacht men dat het niet in het belang van het kind zou zijn om contact met verwanten te onderhouden wanneer de adoptie plaatsvond nadat de ouderlijke macht werd beëindigd. Echter, ook in die situaties wensen veel geadopteerden contact met familieleden, inclusief ouders, grootouders, broers en zussen en uitgebreide familie. Een belangrijke vraag voor toekomstig onderzoek is hoe de veiligheid en het welzijn van het kind gewaarborgd kunnen worden terwijl het contact toch kan worden voortgezet.
  • Naast veiligheid spelen de betrokken volwassenen een belangrijke rol in de ervaring van de geadopteerde. Een positieve ervaring vereist dat alle betrokken volwassenen in staat zijn om de banden van de geadopteerde met beide gezinnen te erkennen, grenzen te stellen, effectief te communiceren en wederzijds respect te tonen (del Pozo de Bolger et al., 2018).
  • Uit longitudinaal onderzoek (Neil, 2019) blijkt dat "contact met verwanten positief kan zijn voor geadopteerde kinderen wanneer regelingen een minimum aan conflicten met zich meebrengt en wanneer de plaats van het kind in zowel het adoptie- als geboortegezin wordt gerespecteerd." Contact verloopt beter wanneer adoptiemoeders een hoge mate van communicatieve openheid toonden en geboortefamilieleden de finaliteit van de plaatsing aanvaardden (Neil, 2009).
  • Een Britse studie (Neil et al., 2015) stelt dat face-to-face contact meer voldoening geeft en bijdraagt aan een gevoel van verbondenheid voor geadopteerden dan contact door middel van brieven, hoewel contact via brieven meer voorkomt. Een belangrijk voordeel van direct contact is dat geadopteerden een beter begrip krijgen van hun families van herkomst en de redenen waarom ze geadopteerd werden. Dat helpt hen om hun adoptieverhaal te aanvaarden.
  • Ander Brits onderzoek (Boyle, 2017) toont aan dat contact de meest gunstige uitkomsten heeft wanneer er een goede relatie is tussen geboorte- en adoptiefamilieleden. Contact heeft de minst gunstige uitkomsten wanneer kinderen contact hadden met ouders die hen mishandeld hadden. Hoewel duidelijk is dat contact positief kan zijn, is er verder onderzoek nodig onder welke voorwaarden.
  • Neil (2019) besluit dat professionals in de begeleiding van gezinnen steeds beslissingen op maat moeten nemen, de kwaliteit van het contact in rekening moeten brengen en ondersteuning moeten bieden waar nodig.

Interlandelijke adoptie

Contact bij interlandelijke adopties neemt toe, maar is nog steeds vrij zeldzaam, waardoor er minder onderzoek over beschikbaar is. Wel blijkt contact bij interlandelijke adopties moeilijker te zijn (bv. Baden, 2013) door o.a. een gebrek aan accurate gegevens over het gezin van herkomst (Smolin, 2010), cultuurverschillen over wat adoptie is (Roby & Matsumura, 2002), stigma (bv. Rotabi & Gibbons, 2012) en geheimhouding in het land of de familie van herkomst (bv. Docan-Morgan, 2016), terughoudendheid of weigering tot contact van adoptieouders (Baden, 2013), taalbarrières, afstand en grote economische verschillen (Högbacka, 2016).

  • Scherman en Hawke (2010) onderzochten 73 Nieuw-Zeelandse gezinnen die internationaal hadden geadopteerd, voornamelijk uit Rusland en Roemenië. Ongeveer de helft van de gezinnen had een contactpoging ondernomen en de helft van hen was er effectief in geslaagd om een contact tot stand te brengen. Positieve uitkomsten voor de geadopteerde waren onder meer het hebben van meer en nauwkeurige informatie over familieleden en het aangaan van persoonlijke relaties die in de toekomst kunnen worden voortgezet. Moeilijke aspecten waren afstand, gescheiden zijn, bijkomende onbeantwoorde vragen en het zien van de armoede waarin familieleden leven. Ondanks de complexiteit van contact gaven een aantal adoptieouders aan het belangrijk te vinden om tijdig contact te zoeken uit angst dat dit later niet meer mogelijk zou zijn.
  • Lesbische en homoseksuele adoptieouders blijken in het algemeen vaker positieve attitudes ten opzichte van open adoptie te hebben, consistent met hun overtuigingen over openheid  rond seksuele geaardheid (Brodzinsky & Goldberg, 2017).
  • Er vinden steeds meer reünies plaats tussen volwassen interlandelijk geadopteerden en hun geboortefamilies. In een studie met Koreaans geadopteerden (Docan-Morgan, 2016) gaven de deelnemers aan culturele verschillen te ervaren op vlak van familierollen en -verwachtingen, normen voor schoonheid en vrouwelijkheid, verwachtingen over sociale interacties en vroegere en huidige omstandigheden, waaronder geheimhouding over de adoptie. De 19 deelnemers reageerden uiteenlopend op deze verschillen, waarbij sommigen een diep gevoel van verbondenheid ervoeren met hun geboortefamilie en -cultuur en anderen zich vervreemd voelden. Verder onderzoek is nodig naar de omstandigheden die een positief contact bevorderen, zowel in de kindertijd als in de volwassenheid.
  • Hoewel het aantal interlandelijke adopties wereldwijd daalt, is er een grote groep van inmiddels volwassenen geadopteerden die door het internet en de opkomst van DNA-testen nieuwe zoekmogelijkheden heeft, waardoor onderzoek naar contact in interlandelijke adopties belangrijk blijft.

Conclusie

Hoewel elke situatie individueel bekeken moet worden, kunnen volgende algemene conclusies getrokken worden over open adoptie:

  1. Open adoptie is niet per definitie schadelijk voor geadopteerden, adoptieouders en geboorteouders.
  2. Open adoptie kan zeer positieve relaties en ervaringen tot gevolg hebben voor geadopteerden, adoptieouders en geboorteouders.
  3. Open adoptie impliceert een fundamentele wijziging over hoe er gedacht wordt over een ‘gezin’: van een kleiner, traditioneel kerngezin naaen breder adoptief verwantschapsnetwerk.
  4. Open adoptie houdt begrip in voor het feit dat individuen en relaties in de loop van de tijd veranderen en dat gezinnen veranderen als er leden bijkomen en weggaan. Open adoptie is dus dynamisch en complex.
  5. Open adoptie kan enkel werken wanneer:
  • de veiligheid en het welzijn van de geadopteerde vooropstaat
  • er rekening wordt gehouden met de wensen en gedachten van de geadopteerde
  • geboorte- en adoptieouders zich hiervoor willen engageren en bereid zijn om openlijk te communiceren en zich aan afspraken te houden
  • hun engagement gebaseerd is op oprechtheid, empathie, effectieve communicatie en flexibiliteit in de dagelijkse omgang
  • familieleden vindingrijk zijn en open staan om hulp te zoeken wanneer dat nodig is, wetende dat open adoptie op dit moment niet universeel begrepen noch geaccepteerd wordt.

Het volledige artikel lees je hier.

*Er zijn verschillende benamingen mogelijk voor de ouders/gezin/familie van herkomst. In lijn met het oorspronkelijke artikel van Grotevant waarin de term ‘birth family’ wordt gebruikt, kozen wij hier voor de vertaling ‘geboortefamilie’.