In deze verhalenreeks kijken we naar de band tussen geadopteerden en hun broers en zussen. In dit verhaal vertelt Louis over zijn geadopteerde zus.
Mijn mama is alleen naar Haïti gereisd om mijn zus op te halen. Mijn papa bleef thuis om voor mij te zorgen. Ik heb nog een vage herinnering aan haar aankomst op Zaventem. Een zwart voetje stak uit de draagzak en ik dacht: ah, mijn zus is hier! Dat was de eerste keer dat ik haar zag. Ik herinner me niets van de periode voor ze kwam, maar dat moment wel. Vanaf dan is zij altijd mijn zus geweest.
Tot een paar jaar geleden hadden wij een normale broer-en-zusrelatie. Nu probeer ik meer te letten op openstaan voor alles wat ze nog zal ontdekken - over haarzelf en hoe ze zich voelt binnen ons gezin. Als 16-jarige zit je zelf in een awkward periode en leef je meer naast elkaar. Maar op je 25ste of 26ste besef je: hé, ik ben al heel mijn leven iemands broer. Dan kijk je terug en vraag je je af: was ik wel een goede broer? Was ik open genoeg? Was ik er wel voor haar?
Net als veel broers en zussen heb ik mijn zus vroeger wel wat gepest. Kussens gooien terwijl ze tv keek, dat soort dingen. Mijn ouders riepen dan: “Stop met je zus zo te ambeteren!” Ik denk dat dat normaal is binnen een gezin, maar achteraf voel ik me daar schuldig over. Ze is geadopteerd én had dan nog eens een ambetante broer. Misschien maakte dat het voor haar extra lastig. Dat ze dacht: is dit het nu? Hier heb ik dubbel niet voor gekozen.
Mijn ouders zeiden altijd: “Zorg voor je zus, wees lief voor je zus.” Dat wil elke ouder, denk ik. Ze vinden het ook belangrijk dat we elkaar blijven zien. “Jullie zijn samen opgegroeid, dat is waardevol. Spreek ook eens zelf af.” Ik woon ondertussen niet meer thuis, mijn zus wel. Nu mijn ouders er nog zijn, zien we elkaar vanzelf wanneer ik bij mijn ouders langsga. Dat is heel geregeld en eigenlijk een luxe, want misschien wordt dat ooit minder. Maar als mijn ouders er ooit niet meer zijn, dan zou ik mijn zus sowieso een berichtje sturen: “Gaan we samen iets drinken, gaan we samen iets doen?”
Qua hobby’s en interesses verschillen we. Mijn pa luisterde altijd naar punkrock en harde metal, en ik ben daarin meegegroeid. Je kan niet verwachten dat een meisje van zes dat ook leuk vindt, dus zij moest haar eigen weg daarin vinden. Op zich houden we allebei van muziek, maar elk op onze eigen manier.
Ook fysiek zijn we anders: zij is atletisch gebouwd, ik niet. Ze deed atletiek en mocht na vier maanden al meedoen aan het provinciaal kampioenschap sprint. Ik ben een jaar of drie ouder, maar op haar tiende liep ze al sneller dan ik. Ze heeft van nature enorme spierballen. Ik moet daarvoor trainen. Maar ik ben daar nooit jaloers op geweest. Ik vond het juist tof dat mijn zus zo sterk en atletisch was.
Voor de rest ben ik beter dan mijn zus (lacht). Nee, totaal niet. Fysiek niet, mentaal ook zeker niet. Vroeger was ze geen sterkte student, net zoals ik eigenlijk. Maar nu is ze haar master aan het afronden, iets waar ik zelfs nooit aan zou zijn begonnen.
Misschien is het typisch voor de oudste, maar ik denk wel dat ik de weg wat heb vrijgemaakt. Ik kan heel goed discussiëren, ook met mijn ma, terwijl mijn zus daar minder in is. Ik ben blij dat ik al veel discussies heb mogen voeren voor haar.
In ons gezin werd vroeger weinig over adoptie gepraat, omdat het voor ons zo vanzelfsprekend voelde. Zij was het adoptiekind en daarnaast moest zij maar gewoon haar leven leiden. Achteraf denk ik dat we daar toch meer aandacht aan hadden moeten geven. Nu beïnvloedt het haar leven enorm. Ze is vrijwilliger bij a-Buddy en kiest er bewust voor om daarmee bezig te zijn. Je merkt hoe belangrijk dat voor haar is en daardoor vind ik het belangrijk om er ook meer bij stil te staan.
Soms zou ik graag hebben dat mijn zus álles zegt. Ze zei onlangs dat het moeilijk aarden was in haar klas in het middelbaar. Dat is wel pijnlijk om te horen, want het is al gebeurd. Aan de andere kant, er is nog veel tijd om te praten. Dat is comfortabel. Ik merk het bij mezelf ook dat het soms leuker is om terug te blikken op een periode waar je al veel zelf over hebt kunnen nadenken.
Soms moet ik misschien wat meer openstaan om vragen te stellen: “Voel jij verschillen tussen ons?” Voor mij voelt het gewoon alsof zij mijn zus is. Voor mij maakt dat niets uit. Maar als we allebei geadopteerd waren, hadden we misschien meer dezelfde struggles gehad. Nieuwsgierigheid over hoe het zou zijn geweest om ergens anders op te groeien, heb ik bijvoorbeeld nooit gehad. Mijn zus wilde heel graag naar haar geboorteland, ik ken dat gevoel niet. Dat is opnieuw een gespreksonderwerp dat we niet samen kunnen voeren.
Mijn mama zei vroeger dat er in ons dorp niet zoveel racisme was, maar mijn zus kreeg wél superveel opmerkingen. Mensen kwamen aan haar haar, vroegen of ze al Nederlands sprak … Stomme dingen die voor haar een grote impact hadden. Wij hingen daar als gezin maar wat rond, maar voor haar moet dat dagelijks heel ambetant zijn geweest.
Haar vriendinnen in de scouts of in de klas vroeger konden er ook nooit écht zijn op dat vlak. Als ze een mottige opmerking over haar huidskleur kreeg, was hun reactie: “Da’s echt niet leuk voor u.” Volgende onderwerp. Terwijl het zoveel aangenamer is om iemand te horen zeggen: “Oh, ik ook, twee weken geleden.” Dan voel je je echt gehoord (en niet alleen). Dat heeft ook met leeftijd en maturiteit te maken natuurlijk. Later vind je dan vriendinnen die dat wel kunnen.
Helaas zit daar vaak een grote tijdsprong tussen. Je kropt het op en dan opeens ontdek je op je 20ste een Afrikaanse studentenvereniging met mensen die al die jaren hetzelfde meemaakten. Zo was het bij mijn zus. Ik merk wel dat ze dat leuk vond, om na al die tijd die herkenning te vinden.
Mijn zus wil graag in Brussel gaan wonen. Mijn ouders zijn daar wat bang voor, maar misschien krijgt ze daar net mínder opmerkingen dan in Gent. Hier lopen gasten rond die al snel iets durven roepen. Ik heb het zelf al meegemaakt met mijn zus: we fietsten naar de Overpoort en iemand riep keihard het n-woord. De ganse bende lachte terwijl wij voorbij fietsten. Ik zakte door de grond van schaamte. Wij zijn broer en zus, en dan krijgt zij zo’n opmerking puur om wie ze is. Ik wou iets doen, maar er stond vijftien man. Dat deed pijn. Dat moment vergeet ik nooit.
Omdat ik vrij groot ben, vragen mensen vaak: “Zijn je broers en zussen ook zo groot?” Dan zeg ik dat dat zo is, maar dat dat eerder toevallig is, want we komen niet van dezelfde ouders. Daarna komen de clichévragen. Is dat je echte zus? Zie je haar als echte zus? Dat type vragen vind ik heel ambetant. Dan denk ik: je verstaat écht de situatie niet. Het is alsof mensen iets proberen te zoeken waaruit blijkt dat zij toch niet écht mijn zus is, maar zij ís mijn zus. We zijn samen opgevoed door dezelfde ouders en lijken op sommige vlakken ook op elkaar, gewoon door hoe we zijn grootgebracht.
Ik besef dat het niet zo vanzelfsprekendheid is dat alles goed gaat. Er zijn veel geadopteerden die in slechte situaties terecht zijn gekomen. Het is al zo moeilijk om als geadopteerde in een aangenaam gezin op te groeien, laat staan dat je gezin dan nog eens suckt.
Misschien moet ik haar eens vragen: “Kan je over alles met iemand praten?” Ik kan met elk probleem wel bij iemand terecht. Ik hoop dat mijn zus dat ook heeft. Als ze nu ergens mee zit, zal ik er sowieso voor haar zijn. Maar ik heb zelf nog diep gezeten en dan ging ik praten met mijn dichtste vrienden. Ik denk dat zij dat ook doet, bijvoorbeeld over microagressies of racisme. Dan komt ze niet bij mij, maar bij vrienden die dat zelf al hebben meegemaakt. Zij kunnen antwoorden vanuit een ervaring die ik gewoon niet heb.
Ik kijk ernaar uit om nog vaak samen tijd door te brengen en over vanalles en nog wat te praten. Gewoon er voor elkaar zijn en dingen meemaken - voor mij ís dat broer en zus zijn.
Ik hoop dat we nog veel mogen meemaken. Sommige broers en zussen gaan samen op stap, bezoeken of reizen zelfs samen. Of dat er voor ons ooit inzit weet ik niet, omdat onze interesses zo verschillen, maar ik hoor wel graag wat er gebeurt. Ik vertel bijvoorbeeld altijd veel over mijn festivalervaring. Ik hoop dat ze dat ook bij mij kan doen. En zeg nooit nooit: samen op vakantie gaan met mijn zus lijkt me eigenlijk echt nog leuk.
Geïnteresseerd in meer? Binnenkort verschijnen er nog verhalen in de reeks.
Gepost in: Interview