Contacteer ons of spring binnen op Raas van Gaverestraat 67b in Gent.

Ontdek onze groepsbegeleidingen, en evenementen.

Het laatste nieuws en interessantste weetjes over de wereld van adoptie.

Ontdek een hulpverlener bij jou in de buurt via deze handige adoptiekaart.

Wil je meer weten?

Hier vind je meer informatie over uiteenlopende thema's zoals belang van het kind, specifieke ondersteuningsbehoeften, nazorg, opvoeding, identiteit en herkomst.

Identiteit en herkomst:

  • Achtergrondinformatie delen met je kind
  • Racisme bij geadopteerden: vijf getuigenissen
  • Adoptieverhaal "Mijn ouders zijn mijn ouders niet"
  • Als geadopteerden zelf moeder of vader worden

Bekijk alles

Als geadopteerden zelf moeder of vader worden

In verwachting zijn van een kind is een spannende, emotionele tijd voor toekomstige ouders. Een nieuwe levensfase breekt aan. Het brengt grote veranderingen teweeg op persoonlijk, relationeel, sociaal en familiaal vlak. Als je geadopteerd bent, kan het (nakend) ouderschap extra uitdagend zijn door de nieuwe invulling die het geeft aan het geadopteerd zijn. Naast geluk en blijdschap kunnen gevoelens van verlies, verdriet, angst en vragen rond identiteit en afkomst opnieuw of voor het eerst naar boven komen.

Hoewel elk verhaal uniek is, kunnen gelijkaardige thema’s spelen bij geadopteerden die moeder of vader worden. We bespreken hieronder verschillende bevindingen uit de (nog eerder beperkte) literatuur over ouderschap bij geadopteerden en vullen ze aan met ervaringen van geadopteerde ouders.

Een mix van vreugde en verdriet
Als je zwanger wordt of een kind krijgt, is het normaal dat je stilstaat bij je eigen herkomst en geboorteverhaal. Uit onderzoek blijkt dat dit bij geadopteerden gevoelens van verlies en verdriet kan teweegbrengen, maar ook van angst en depressie. Als geadopteerde is je beginverhaal onlosmakelijk verbonden met verlies- en verdrietervaringen, van afgestaan zijn over het gebrek aan kennis over de eerste levensperiode tot de pijn van de eerste ouders. De zwangerschap en geboorte van een kind kunnen deze gedachten en emoties in een nieuw daglicht plaatsen. In onderzoek van Conrick (2020) vertellen verschillende geadopteerde ouders dat ze hulp zochten om met angst en depressieve gevoelens om te gaan, niet enkel voor hun eigen welzijn maar ook voor dat van hun kinderen. Andere geadopteerden kiezen er bewust voor om geen kinderen te krijgen, omdat het te veel twijfels oproept (Sherr et al., 2019).

Annick: “Enerzijds was ik heel blij om dat nieuwe leven tussen mijn man en ik. Anderzijds sloeg de schrik toe. Gaan we dat wel goed doen? Ik weet niet waarom mijn geboortemama mij afstond. Dat speelde heel erg. Moest ze het doen of kon ze het niet aan? Ik projecteerde dat naar mijn toekomst. Mijn geboortemama lukte het niet om me op te voeden, dus gaat het mij dan wel lukken? Daarover begon ik na te denken. Uiteindelijk heb ik dat kunnen omzetten naar veerkracht. Ja, ik ga het beter doen!”

Lydia: “Op een gegeven moment kreeg ik echt het gevoel dat ik een kind wou. Dat gevoel kwam redelijk plots. Heel raar, maar ook heel overheersend. Mijn toenmalige partner was daar absoluut nog niet klaar voor, dus we hebben gewacht. Daarna duurde het nog twee jaar vooraleer ik zwanger raakte. Ik wou een kind, maar dat moest biologisch niet van mij zijn. Adoptie was een optie. Uiteindelijk raakte ik toch op natuurlijke wijze zwanger. Ik was supergelukkig. Tijdens de zwangerschap groeide het gevoel van hoe bijzonder het was om iets van mezelf te hebben. Dat wij hetzelfde bloed deelden, werd een meerwaarde. Later in de zwangerschap kwam de angst. Wat geef ik mijn kind door en wat doe ik het misschien aan? Ik ken mijn medische voorgeschiedenis niet. Mijn doemdenken richtte zich daarop. Meer was ik niet bezig met het adoptiegegeven. Vooraleer ik zwanger was, was ik vooral bezig met mijn kinderwens en niet met de gevolgen daarvan voor mij of mijn kind. Toen ik zwanger was, was ik vooral bezig met de praktische aspecten. Als je iets echt heel hard wil in het leven, zie je de eventuele moeilijkheden vaak niet.”

An Sheela: “Toen ons tweede kind, onze dochter, geboren werd, heb ik effectief gehuild. Dat had ik niet bij de geboorte van onze zoon. Achteraf bekeken speelde mijn trauma van afgestaan te zijn waarschijnlijk onbewust mee. Dat intens geluk van een meisje op de wereld zetten, gaf het verdriet dat al die jaren in mijn lichaam verstopt was voor een stukje vrij. Ik kon dat toen niet verklaren, maar als ik het nu analyseer, kan ik die dynamiek wel benoemen.”

Verwondering over de genetische band
Als je geadopteerd bent, zijn je kinderen mogelijks de allereerste genetische verwanten die je kent en met wie je een nauwe band hebt. Voor vele geadopteerden is dit een krachtige en belangrijke ervaring (Conrick, 2020; Sherr et al., 2019). Verwondering over de fysieke en karakteriële gelijkenissen blijft vaak bestaan, ook als de kinderen al ouder zijn. Daarnaast verwijzen sommige geadopteerde ouders in de relatie met hun kinderen naar een diep gevoel van verbinding en bij elkaar horen. Hoewel zelf kinderen krijgen herstellend kan zijn voor het gevoel van leegte waarmee geadopteerden mogelijks kampen, is dat niet voor alle geadopteerden zo (Conrick, 2020). Bovendien kan de fysieke band met kinderen doen herinneren aan het ontbreken van kennis over andere genetische verwanten (Greco et al., 2015).

Tomas: “Op het moment dat wij ons eerste kind kregen, maakte ik nog niet te veel de link met adoptie. Ik stelde mij niet te veel vragen over wat dat met mij ging doen, maar toen mijn dochter geboren werd, was het gevoel van erkenning iets uniek om te beleven. Mijn dochter is de eerste persoon op deze aardbol waarvan ik weet dat we hetzelfde DNA delen. In die zin overstijgt onze band de pure vaderdochterrelatie. Naarmate mijn kinderen ouder worden, is het belang van mensen rondom mij hebben met wie er een bloedverwantschap is enkel gegroeid. Als ze baby zijn, herken je uiterlijke kenmerken, maar als ze ouder worden, herken je ook innerlijke kenmerken. Dat is fijn om vast te stellen.”

Zara: “Die bloedband, de genetische verwantschap, het intuïtief gevoel dat ik had bij de geboorte van mijn zoon, dat ik hem simpelweg ken, had ik nog nooit eerder ervaren. Het gevoel om werkelijk deel te zijn van een andere persoon is zo bijzonder.”

An Sheela: “Ik was al bezig over kinderen toen ik nog heel jong was. Ik wist altijd al dat ik een gezin wou stichten. Dat is nooit weggegaan. Mijn zwangerschappen beleefde ik heel intens. Die behoren tot de mooiste periodes uit mijn leven. Dat vruchtje groeide in mijn buik en ik voelde daar een extra connectie mee. Mijn man was toen veel meer bezig met het adoptiegedeelte dan ik. Ik wuifde dat weg, maar achteraf gezien was de connectie die ik voelde onlosmakelijk verbonden met mijn adoptie. Al vliegen kinderen later uit, de gedachte dat ik eindelijk iets ging hebben dat van mij was, speelde zeker.”

De wens om de best mogelijke ouder te zijn
In onderzoek van Moyer en Juang (2011) drukken geadopteerden de wens uit om hun kinderen de best mogelijke jeugd te geven. Ze willen de best mogelijke ouder zijn voor hun kind (Conrick, 2020). Hoewel vele ouders, geadopteerd of niet, zich hierin zullen herkennen, vloeit deze betrokkenheid bij geadopteerden voort uit een verlangen om het beter te doen dan hun eerste en/of adoptieouders (Sherr et al., 2019). Ze willen vermijden dat de geschiedenis zich herhaalt. Dit kan gepaard gaan met verlies- en angstgevoelens. Conrick (2020) beschrijft hoe sommige mama’s in de eerste periode na de bevalling bang zijn om van hun baby gescheiden te worden en ook daarna nog zeer beschermende moeders blijven. Andere mama’s vertellen dat deze angst ertoe leidde dat zij een tijd emotioneel afstand hielden van hun baby. Ze wilden zichzelf beschermen tegen de pijn van een mogelijk verlies.

Annick: “Ik ben veel te bezorgd en ik denk dat dat een stuk adoptiegerelateerd is. ‘Kijk, ik kan wel voor mijn kind zorgen’. Dat moet buiten kijf staan. Alsof ik moet bewijzen dat ik het beter kan dan mijn ouders die mij afstonden. Dat begon al tijdens de zwangerschap. Ik schreef toen veel op. Mijn adoptiemama noch mijn geboortemama konden mij iets vertellen over die periode en ik wou dat wel kunnen meegeven aan mijn zoon. Ik had die kans, dus ik wou dat doen. Mijn partner die ook geadopteerd is, vond dat ook belangrijk. Dat wij onze zoon dat konden meegeven, hielp me heel erg in mijn eigen verwerkingsproces van weinig weten over mijn afkomst. Onze zoon was al belangrijk voor ons tijdens de zwangerschap. Dat wou ik aantonen.”

An Sheela: “Bij mijn oudste wou ik alles volgens het boekje doen. Ik was enorm beschermend, maar andere mama’s hebben dat ook. Ik heb dat toen niet als adoptiegerelateerd ervaren. Wel was die beginfase waar ze nog veilig in mijn buik zaten heel persoonlijk. En ook een stukje hebberig in de positieve zin, zo van: ‘daar ga ik nu alles voor doen en geven, dat is een deel van mijn leven’. Ik zette mijn carrière op een lager pitje om voor hen te kunnen zorgen. De liefde die ik niet kon geven in mijn jeugd, heb ik ten volle losgelaten op mijn kinderen. Eindelijk kon ik die onvoorwaardelijke liefde uiten en hen dat in hun opvoeding laten beleven.”

Begrip en onbegrip voor de eerste ouders
Als je kinderen krijgt, kan dit de blik op je eerste ouders verbreden en verdiepen. Wat vroeger een eerder rationeel verhaal was, doorleef je nu voor een stuk zelf. Gevoelens van onbegrip en woede voor de eerste ouders kunnen afgewisseld worden met gevoelens van empathie en vergeving (Sherr et al., 2019).

Lydia: “Toen ik zwanger was had ik nog niet die band met mijn zoon, maar toen hij geboren was overviel mij een heel heftig moedergevoel. ‘Dat is mijn kind en daar mag niemand aankomen’, dat gevoel. Hoe kan je je kind in godsnaam weggeven? Die vraag kwam heel sterk naar boven. Ik had altijd het idee dat mijn natuurlijke moeder een goede reden had gehad om mij af te staan. Ik plaatste haar altijd in een positief daglicht, maar vlak na de bevalling kon ik daar geen enkel begrip voor opbrengen. Mijn beeld keerde volledig om. Achteraf werd ik weer milder.”

Tomas: “Er kwam een stukje meer begrip en diepte in de kijk naar mijn geboorteouders. Door zelf ouder te worden, besefte ik beter hoe moeilijk en complex de omstandigheden geweest moeten zijn. Ervoor dacht ik daar zeer rationeel over na. Ze konden niet voor mij zorgen, dus stonden mij af. Dat was de beste keuze. Het emotionele koppelde ik daar niet aan. Nu ik zelf die intense gevoelens ervaar voor mijn kinderen, besef ik pas hoe zwaar het geweest moet zijn. Vroeger dacht ik ook dat ze zeer laconiek zouden reageren als ik op een dag bij hen zou aanbellen en me zou voorstellen als hun zoon. Ja, en dan? Nu besef ik dat die band toch ergens blijft bestaan. Waarschijnlijker zal ik toch warmer of emotioneler ontvangen worden.”

An Sheela: “Ik ging altijd mee in het klassieke verhaal dat mijn geboorteouders te arm waren enzovoort. Sinds ik dat onmetelijk gevoel van onvoorwaardelijke liefde voor mijn kinderen ervaren heb en mijn adoptie gevoelsmatig durf benaderen, vind ik dat verhaal veel moeilijker om te aanvaarden. Nu voel ik steeds meer en meer boosheid naar de omgeving en culturele aspecten toe die de bovenhand kregen op zo’n onbeschrijfelijk moment als een kind krijgen. Een kind moeten afstaan onder druk van een cultuur waarbij het gevoel van de mama compleet genegeerd wordt, dat is zo onrechtvaardig.”

Begrip voor het verdriet van de adoptieouders
In verschillende studies getuigen geadopteerden niet alleen over de veranderde kijk op hun eerste ouders. Ook de kijk op hun adoptieouders en vooral hun adoptiemoeder kan veranderen (Conrick, 2020; Phillips, 2010). Vaak ontstaat er meer begrip voor het verdriet van de adoptieouders die op natuurlijke wijze geen kinderen konden krijgen. Als het verdriet echter nog sterk aanwezig is bij de adoptieouders, kan de komst van een kleinkind de relatie ook erg onder druk zetten.

Zara: “Ik voelde mij moederloos in de zin dat ik niet kon praten over de zwangerschap, de bevalling of borstvoeding met mijn adoptiemama. Zij had daar geen ervaring mee en ik merkte dat ze dichtklapte wanneer ik er met haar over wou praten. Het was te pijnlijk voor haar. Ik voelde mij ook enorm schuldig tegenover haar, omdat ik van de eerste keer zwanger was geraakt en borstvoeding kon geven. Lange tijd heb ik veel van haar verdriet meegedragen. Ik wist dat ik dat moest loslaten en dat ik mij gelukkig mocht voelen met de zwangerschap. Mijn adoptieouders wilden dat ook voor mij. Toen ik een tweede keer zwanger was, kreeg ik een miskraam. Dat was een heel erg zware periode. Het bracht alles waarmee ik worstelde naar boven. Ik was heel bang dat ik andere dingen ook plots zou verliezen. Wel bracht het mijn adoptiemoeder en mij dichter bij elkaar. Voor het eerst sprak ze over haar verdriet en wanhoop. ‘Ik had het gevoel dat ik geen echte vrouw was, dat er iets mis was met mij’, zei ze. Ik heb haar toen pas echt leren begrijpen en rouwde voor haar en mezelf. Opnieuw leerde ik zien wat mijn verdriet was en welk verdriet ik droeg van mijn adoptiemoeder.”

An Sheela: “Ik kon op bepaalde momenten wel iets zeggen tegen mijn moeder over de zwangerschap, maar haar antwoord was vaak: ‘Ik kan wel luisteren, maar ik kan je geen raad geven.’ Ik kan me inbeelden dat dat voor haar frustrerend was. Zij wilde helpen, maar botste op haar eigen grenzen. Ik vermoed dat er ook een deel pijn bijzat, maar het woord ‘pijn’ werd nooit gebruikt in ons gezin. Dat was het taboewoord. Pijn bestond niet, je ging gewoon door.”

Lydia: “Mijn adoptiemoeder is nooit zwanger geweest. Voor haar was het dus ook allemaal nieuw. Ik vond het wel spijtig dat ik bij haar niet terecht kon voor vragen. Zij vond dat ook, want het is heel logisch dat je als dochter aan je moeder vraagt hoe het bij haar was. Tegenwoordig krijg je van die infoboekjes, maar ik bolde daar dan maar alleen door. Niet zwanger kunnen worden had een heel grote impact op mijn mama. We hebben daar altijd over kunnen praten. Bij haar zussen ging dat wel vlot en zij maakte dat allemaal van dichtbij mee. Dat moet heel pijnlijk geweest zijn. Het adoptieproces was voor haar het in verwachting zijn. Ze vertelde daar heel graag over. Ik heb wel ervaren dat dat gevoel hetzelfde was.”

Tomas: “Mijn adoptieouders zeiden altijd: ‘Wij zijn degenen die geluk hebben dat we jou hebben kunnen adopteren, want zelf konden we geen kinderen krijgen.’ Het is heel mooi dat ze dat zeiden, maar ik besef nu dat het krijgen van een kind op een natuurlijke wijze iets heel bijzonder is. Dat doet iets met je door die bloedverwantschap. Het feit dat zij ons ten volle omarmden hoewel wij niet van hen waren, deed mijn respect voor hen enkel toenemen.”

Je eigen weg zoeken in het ouderschap
Kinderen krijgen doet reflecteren over de opvoeding die je zelf kreeg. Ook de geadopteerden die wij spraken, dachten na over hun eigen opvoeding en de impact die dit heeft op hun ouderschap. Zoals in het onderzoek van Conrick (2020) spreken zij over het belang van open communicatie en het volgen van hun intuïtie in het ouderschap. Taboes rond adoptie in de eigen jeugdjaren versterken het belang van openheid en eerlijkheid in de relatie met hun kinderen.

Annick: “Mijn adoptieouders hielpen me altijd heel veel. Ze kauwden alles voor en wilden voorkomen dat ik tegen de lamp liep. Zij wilden het perfect doen. Dat creëerde ook voor mij druk om het goed te doen. Nu ik zelf moeder ben, wil ik de dingen eerder ondervinden dan ze telkens tien stappen voor te moeten zijn. Laat ons doen en we zullen wel zien waar we uitkomen. Omdat ik mijn adoptieouders niet wil teleurstellen en achteraf ook niet van hen wil horen: ‘Zie je wel, je had het zo moeten doen’, benadruk ik vooral het goede naar hen toe. Het slechte is voor hen moeilijk om te horen.”

An Sheela: “Mijn adoptieouders hadden een bepaalde visie op hoe je de dingen moest aanpakken. Die strookte niet altijd met wat ik voor mijn kinderen wou. Voor hen was er een goede en een foute manier, terwijl ik meer vanuit mijn gevoel opvoedde. Ik wou mij niet constant verantwoorden voor wat ik op een natuurlijke manier deed met mijn kinderen, dus ik vertelde niet alles aan hen. Dat was wel moeilijk.”

Lydia: “Mijn adoptieouders zetten mij mijn hele leven onder een glazen stolpje. Een kind krijgen, was voor hen heel belangrijk. Ze waren heel bezorgd en ik wou daar een beetje onderuit. Zij waren het type mensen dat altijd maar gaf en gaf en ik mocht als kind niets teruggeven. Als ik bij mijn ouders ging helpen, stopten ze onmiddellijk geld in mijn zak. Ik haatte dat. Ik wou ook graag geven, dus voor mij was het belangrijk om er attent op te zijn dat ik mijn kinderen ook laat geven. Ik denk dat dat wel te maken had met adoptie, want ik was dat kindje waar ze zo voor gevochten hadden. Zelf heb ik mijn kinderen dan bewust niet onder een stolp gezet. Bots maar eens ergens tegen, dacht ik. Dat is beter dan altijd: pas op, pas op.”

Nieuwe dynamiek in de relatie met de adoptieouders
Kinderen krijgen zorgt voor een nieuwe dynamiek in het gezin. Dit kan geadopteerden ertoe aanzetten om de relatie met hun adoptieouders te herbeoordelen. Het kan families dichter bij elkaar brengen, maar gevoelige of moeilijke zaken ook scherper stellen.

Annick: “Zelf mama worden bracht me opnieuw dichter bij mijn adoptieouders. Toen ik uit huis ging, was er meer afstand tussen ons. Nu zien we elkaar meer doordat ze komen babysitten enzovoort. Ze zijn trots op hun kleinzoon. Hij mag meer dan wat wij ooit mochten. Voor hen is het een mijlpaal. Niet alleen dat ze grootouder zijn, maar ook dat ik moeder werd. Het is ergens een opluchting en fierheid van ‘oef, we hebben het gehaald’. Mijn adoptieouders benadrukken soms dat er voor hen geen verschil is tussen hun biologische kleinkinderen en mijn zoon. Dat heeft het omgekeerde effect. Als mijn ouders ons gezin voorstelden, zeiden ze: ‘We hebben een kind en een aangenomen kind.’ Ik heb die opsplitsing nooit begrepen. Zeg gewoon: ‘We hebben zoveel kinderen en zoveel kleinkinderen.’ Misschien is het iets generatiegericht. Ik hoop alleszins dat adoptieouders van deze generatie dat niet meer doen. Dat kwetst.”

An Sheela: “Mijn ouders namen hun rol als grootouders op. In hun ogen deden ze dat goed, zo niet hadden ze het wel anders aangepakt. Voor mij was het alleen iets te beperkend en krampachtig, zoals ik het ook ervaren had in mijn eigen opvoeding. Ze waren betrokken op een zeer functionele manier. Als de kinderen ziek waren en er opvang nodig was, dan stonden ze er, maar ik miste emotionele geborgenheid. Uit dankbaarheid naar hen toe, durfde ik dat niet benoemen en nu gaat het niet meer. Daar heb ik spijt van. Ik neem het hen ook niet kwalijk. Waarschijnlijk kregen zij dat niet mee van hun ouders toen zij kind waren.”

Tomas: “Op het moment dat wij aan kinderen begonnen denken, werd er kanker vastgesteld bij mijn adoptiemoeder. Zij had nog geen kleinkinderen. Dat heeft ons proces een stukje versneld. We wilden dat zij nog maximaal van haar kleinkind kon genieten. De geboorte van onze oudste dochter versterkte de band met mijn adoptieouders. Het geluk dat zij ervoeren toen hun kleinkind er was, was mooi om te zien. Ze zagen haar als hun kleinkind zonder enige vooringenomenheid. Op een of andere manier vond ik dat weer vrij sterk van hen. Ze omarmden hun kleinkinderen volledig. Dat klinkt misschien logisch voor velen, maar toch is dat voor mij een bewust bewustzijn. Uiteindelijk heeft mijn moeder onze dochter nog een jaar en een aantal maanden gekend.”

Mijn mama of papa is geadopteerd
Geadopteerde ouders geven aan dat hun adoptieverleden een impact heeft op hun kinderen. Het is iets ‘extra’ dat ze aan hen doorgeven. Het gaat dan over het gebrek aan kennis over de familiegeschiedenis en erfelijke aandoeningen, maar ook over de impact die de eigen zoektocht heeft op hun kinderen (Conrick, 2020). In een deelrapport van het expertenpanel (Vanspauwen et al., 2021) getuigen verschillende geadopteerden over intergenerationele effecten. Ze beschrijven hoe wanpraktijken binnen adoptie een onrecht vormen voor hun kinderen, omdat ook hun herkomst hun ontnomen is. Daarnaast kunnen geadopteerden, net als adoptieouders, kampen met een schuldgevoel ten aanzien van hun kinderen, omdat ze niet alle antwoorden hebben. Uit meerdere studies (Conrick, 2020; Richardson et al., 2013) blijkt dat moeder worden een belangrijke rol speelt in de beslissing om te zoeken naar of contact te hebben met de eerste familie.

Lydia: “Mijn kinderen vroegen wel eens waarom ik niet op zoek ging. Ik had daar schrik voor. Ik was bang dat ik mezelf anders zou zien, dus ik wimpelde dat af. Toen ik dan uiteindelijk toch ging zoeken, stonden mijn kinderen op de eerste rij. Ik was me niet bewust van het feit hoe groot hun nood was. Ik ging niet alleen mijn roots achterna, maar ook die van hen. Zij vonden dat heel fijn. Ik ging pas zoeken nadat mijn adoptieouders gestorven waren. Mocht ik overleden zijn, ben ik er zeker van dat mijn kinderen op zoek zouden zijn gegaan. Die onderliggende loyaliteit speelde zowel bij mij als bij hen.”

An Sheela: “Mijn kinderen begonnen veel vragen te stellen over mijn adoptie. Pas toen besefte ik dat het ook een deel is van hun verhaal. Zij hebben mij serieus getriggerd. Dankzij hen ben ik nu actief bezig met mijn adoptieproces en mijn zoektocht naar mijn familie in India. Mijn kinderen zijn zeer geïnteresseerd, maar in hoeverre neem ik hen mee in mijn proces? Dat vind ik niet altijd gemakkelijk. Ik wil eerlijk en open zijn. Maar ik wil niet dat zij ongerust zijn over mij in die mate dat zij geen kind meer kunnen zijn. Ik ervaar een wirwar van emoties in de zoektocht naar mezelf en mijn kinderen ook, want zij zitten in de puberteit. Op dit moment is het een moeilijke balans om wat van hen is bij hen te laten en wat van mij is bij mij te laten. Het is een uitdaging.”

Tomas: “Mijn kinderen stellen niet veel vragen over Indonesië. Ik ben zelf vaak degene die daarover moet beginnen (lacht). Het heeft een stukje met hun leeftijd te maken, denk ik. Ze zijn nog vrij jong.”

Identiteit en persoonlijk narratief
Als je geadopteerd bent, moet je niet alleen je adoptiestatus, maar ook je adoptieverhaal integreren in je identiteit. Hoe elke geadopteerde dit voor zichzelf doet, varieert sterk (Greco et al. 2015). Identiteitsontwikkeling is cruciaal in de adolescentie, maar stopt daar niet. Het verandert telkens je in een nieuwe levensfase komt en nieuwe rollen opneemt. Bijgevolg kunnen ook gadopteerden vanuit hun positie als ouder opnieuw gaan nadenken over de impact van hun adoptiestatus op hun identiteit en zelfbeeld (Phillips, 2010). Partners kunnen hierbij een belangrijke ondersteunde rol spelen (Greco et al. 2015). In onderzoek van Conrick (2020) vertellen verschillende moeders dat hun adoptiestatus een nadelige invloed heeft op hun zelfbeeld en daardoor het moederschap bemoeilijkt.

Zara: “Toen mijn zoon geboren werd en ik hem zag slapen, overkwam mij een enorm sterk besef van hoe magisch en perfect zo’n pasgeboren baby is. Ik zag mezelf altijd als een vergissing, maar mijn zoon was op geen enkele manier een vergissing. Door hem besefte ik dat ik dat ook niet was. Als ik mezelf een mislukking zou noemen, zou ik hetzelfde zeggen over mijn zoon. Dat klopte niet.”

Lydia: “Mijn gevoel van zelfwaarde is niet dat. Ik denk dat ik mijn laag zelfbeeld onbewust een stukje doorgaf aan mijn kinderen. Dat is iets waar ik recent pas ben achter gekomen. Nature, nurture. Je geeft je kind van alles mee en daar was ik niet mee bezig voor ik zwanger werd.”

Tomas: “Mijn kinderen zijn een mix van mijn vrouw en ik. Het is deels door hen dat ik mijn ‘hybride’ samenstelling aanvaard heb. Ik heb Aziatisch DNA gemixt met een Europese opvoeding. Mijn kinderen hebben die mix ook en dat wordt gewaardeerd door de omgeving. Zij vallen op in de positieve zin. Vroeger wou ik blank zijn en mijn Aziatische afkomst zoveel mogelijk verstoppen. Nu zie ik er de toegevoegde waarde van in. Daarnaast wakkerde het ouderschap mijn interesse in mijn herkomst aan. Als je kinderen krijgt, verplaats je je voor een stuk opnieuw in het kind zijn. Bij mij kwamen er dan vragen zoals ‘Hoe zou het zijn geweest als ik bij mijn geboorteouders was opgegroeid?’ Momenteel is mijn verlangen om terug te gaan en de cultuur beter te leren kennen weer wat afgezwakt. Het is permanent aanwezig, maar op dit moment minder prominent. Ik voel wel het verlangen om de Indonesische cultuur mee te geven aan mijn kinderen. Al is het nu nog een stukje ‘verplicht’ en moet ik het misschien verkopen als een reis met witte stranden, mooi weer en lekker eten (lacht). Mijn kinderen zullen later waarschijnlijk aangesproken worden over hun afkomst. Als ze daar dan over kunnen vertellen en dat als een positief aspect zien van hun identiteit, maakt hen dat sterker. Ik vind het dus belangrijk voor hun identiteitsontwikkeling dat ze dat meekrijgen. Bij mij is dat proces pas begonnen toen ik al een stuk in de dertig was. Ik wil dat voor hen versnellen.”

Tekst door Kristien Wouters, educatief medewerker bij Steunpunt Adoptie, met grote dank aan de getuigenissen van buddy’s Annick (India), An Sheela (India), Lydia (België) en Tomas (Indonesië) van a-Buddy.be. De getuigenis van Zara Phillips (Verenigd Koninkrijk) is online te raadplegen.

Bronnen:
- Conrick, J. E. (2020). Being adopted and being a mother. Adoption & Fostering, 44(1), 56–74. DOI: 10.1177/0308575920902598
- Greco, O., Rosnati, R. & Ferrari, L. (2015). Adult Adoptees as Partners and Parents: The Joint Task of Revisiting the Adoption History. Adoption Quarterly, 18(1), 25-44. DOI: 10.1080/10926755.2014.895468
- Moyer, A. M. & Juang, L. P. (2011). Adoption and Identity: Influence on Emerging Adults’ Occupational and Parental Goals. Adoption Quarterly, 14(1), 1-17. DOI: 10.1080/10926755.2010.481707
- Phillips, Z. (2010). Adoptees as Parents. Psychoanalytic Inquiry, 30, 94–101. DOI: 10.1080/07351690903200200
- Sherr, L., Roberts, K. J. & Croome, N. (2019). Parenting concepts and experiences of adults abandoned as infants. Vulnerable Children and Youth Studies, 14(1), 36-49. DOI: 10.1080/17450128.2018.1554866
- Vanspauwen, N., Sermijn, J. & Loots, G. (2021). Wanpraktijken bij transnationale adoptie. 2. Rapport bevraging geadopteerden & adoptieouders. https://www.opgroeien.be/nieuws-en-pers/nieuws/rapport-expertenpanel-interlandelijke-adoptie-in-vlaanderen