Contacteer ons of spring binnen op Raas van Gaverestraat 67b in Gent.

Ontdek onze groepsbegeleidingen, en evenementen.

Het laatste nieuws en interessantste weetjes over de wereld van adoptie.

Ontdek een hulpverlener bij jou in de buurt via deze handige adoptiekaart.

Wil je meer weten?

Hier vind je meer informatie over uiteenlopende thema's zoals belang van het kind, specifieke ondersteuningsbehoeften, nazorg, opvoeding, identiteit en herkomst.

Identiteit en herkomst:

  • Mijn mama/papa is geadopteerd
  • Studie over discours van transnationale adoptie in Vlaanderen
  • Racisme bij geadopteerden: vijf getuigenissen
  • Gezocht en (niet) gevonden: theoretische achtergrond

Bekijk alles

Gezocht en (niet) gevonden: theoretische achtergrond

We hebben het snel over het zoeken naar, vinden van en contact hebben met biologische familie, maar niet iedereen hoeft te zoeken, kan vinden of heeft contact. Er is al heel wat over geschreven. Toch kan al deze literatuur nooit alle vragen beantwoorden. Elk verhaal is anders. Elke vraag is anders.

In dit artikel nemen we drie accenten binnen het thema ‘zoeken en vinden’ onder de loep. We linken ze aan de ervaringen die volwassen geadopteerden Annick (36 jaar, geboren in India), Binita (29 jaar, geboren in Nepal), Chris (25 jaar, geboren in de Filipijnen), Debora (54 jaar, geboren in België) en Dries (28 jaar, geboren in België) met Steunpunt Adoptie deelden in de eerder verschenen verhalenreeks ‘Gezocht en (niet) gevonden’.

Wanneer is je adoptiekind klaar om te zoeken?

Zoeken kent een breed spectrum en omvat veel meer dan louter ‘op zoek gaan naar de biologische moeder’. Zoeken kan gaan over je herkomstland googlen en meer te weten komen over de cultuur en geschiedenis. Het kan ook gaan over contact zoeken met geadopteerden afkomstig uit hetzelfde land, je adoptiedossier inkijken in het Afstammingscentrum, je DNA opladen in een databank, een afspraak maken met een ‘searcher’ uit je land van herkomst, een toeristische reis maken of teruggaan naar belangrijke plaatsen (zoals het tehuis of pleeggezin); noem maar op. Dit zijn allemaal voorbeeld van hoe ‘zoeken’ eruit kan zien.

Wanneer is je adoptiekind er klaar voor? Volgende vier criteria worden vooropgesteld: (1) je adoptiekind heeft interesse in zijn herkomst, (2) hij is voldoende gehecht aan jou/jullie, (3) er spelen geen grote veranderingen (bv. verhuis, ziekte, overlijden) en (4) hij kan tegen onverwachte gebeurtenissen. Tegelijk speelt de vraag mee: wie is er nieuwsgierig? Ben je het als ouder of vertrekt de nood om te zoeken vanuit je kind? En is deze nood bij je kind echt één van zoeken, dan wel een rouwproces dat ruimte moet krijgen.

Naast vragen gerelateerd aan de ontwikkelingsfase van je kind, oefenen grote life events een invloed uit op de nood om te gaan zoeken. Zelfstandig gaan wonen als geadopteerde, zelf een kind verwachten of een dierbare verliezen door overlijden of echtscheiding zijn voorbeelden van ingrijpende momenten. Ze raken aan existentiële leegtes, vraagtekens binnen de eigen identiteit waarvoor invulling wordt gezocht.

Dries: De naam van mijn biologische moeder was nooit een geheim, maar blijkbaar wou ik daar in de lagere school niets van weten. Daardoor werd ik me pas aan het begin van het middelbaar bewust van haar naam. Rond die periode begon ik mij vragen te stellen.

Omdat ik vragen stelde, polste mijn mama bij de adoptiedienst. Ze kwam terug met vier woordjes over mijn buikmama: twee uiterlijke kenmerken en twee kenmerken gelinkt aan haar interesses. Die vier woordjes schreven we op een post-it en die post-it hing lang boven mijn bed.

Binita: Ik woon sinds mijn vier jaar in België. Op mijn vijftiende gingen we tijdens de paasvakantie voor het eerst terug naar Nepal. Ik zat toen in het vierde middelbaar. Mijn adoptieouders hadden altijd gezegd dat ze een ticket zouden boeken wanneer ik er klaar voor was. Normaal gezien gingen we het jaar ervoor al, maar het hele gebeuren maakte me emotioneel waardoor we de reis hebben afgelast. Het jaar erna dacht ik: we doen dat gewoon en we zien wel.

Ik heb die reis in een waas beleefd. Mijn ouders planden alles en dat vond ik prima. Ze boekten de reis, het hotel, een bezoek aan mijn familie, hier en daar een uitstap. En ik deed alles mee zonder het heel bewust te ervaren of erover na te denken. Ik kan me er weinig van herinneren. Ik voelde precies: dat moet gebeuren, maar ik liet het nog niet helemaal toe. Pas nadien sijpelde het binnen en begon ik erbij stil te staan: oké, wat was dat nu eigenlijk?

Achteraf bekeken, was ik op dat moment misschien ook een beetje in de war. Ik was 16, 17 jaar en me heel bewust van hoe ik eruitzag. Ik was bezig met mijn vrienden en hoe ik in de groep lag. Ik wou het Nepalese gedeelte geen aandacht geven. Dat paste niet bij mijn idee van mooi, leuk en populair zijn. Totaal niet. Al die onzekerheden zorgden ervoor dat ik er niet bij wou stilstaan.

Adoptie zit dus nog niet zo heel lang in mijn hoofd. Ik was er niet al vanaf het begin mee bezig. Het kwam pas toen ik in de twintig was. Ik studeerde en dacht na over mijn leven: wie ben ik en waar wil ik naartoe?

Annick: Ik was nooit veel bezig met zoeken. Het tv-programma ‘Spoorloos’ was hét van hét toen ik een tiener was. Ik vroeg me af hoe die geadopteerden hun ouders konden vinden, maar als dat programma gedaan was, zette ik de gedachte weer van me af. Het waren vooral andere mensen die vragen stelden. Ging je al terug naar India? Heb je nog familie daar? Wil je hen gaan zoeken? Laat me gewoon, dacht ik. Zelf had ik enkele gegevens, maar ik ging ervan uit dat ik na al die jaren toch niets zou vinden.

Na mijn studies Kleuteronderwijs wou ik naar India gaan, maar ik kreeg een vaste aanbieding en moest in de grote vakantie mijn klas inrichten. Een reis maken of een sabbatjaar nemen, zat er niet in. Dan ben ik een relatie begonnen, gingen we samenwonen en kwam het er helemaal niet meer van.

Pas in 2016, na een miskraam en van dichtbij mee te maken hoe het contact verliep tussen mijn partner die ook geadopteerd is en zijn biologische familie, kwamen de vragen. Wat zou er met mijn mama gebeurd zijn? Stierf ze bij mijn geboorte? Op mijn papieren stond dat ze ziek was, maar klopte dat?

Chris: Mijn familie in de Filipijnen miste ik nooit echt. Ik was er niet zo mee bezig. Of misschien een beetje. Op basis van mijn dossier wist ik dat mijn papa getrouwd was en dat mijn ouders nog twee kinderen hadden. Ik had dus wel zoiets van: waarom zij niet en ik wel? Dat vroeg ik me altijd af. Ook hoe het met hen ging, maar minder. Vooral waarom.

In najaar 2013 kwam tyfoon Haiyan. Dat was een pittige. Die beelden kwamen echt binnen. Alles was weg, alles was vernield. De regio waar ik vandaan kwam, was ook getroffen. De vraag was niet meer: hoe gaat het met hen en waarom, maar wel: leven ze nog?

Debora: Er was een hele periode waarin ik niet met adoptie bezig was. Ik ging studeren aan de unief en op die leeftijd veranderde er veel: liefjes, eerste job, eerste appartementje, tweede appartementje, een huis kopen… Toen ik dertig was, werd ik voor het eerst zwanger. Mijn man wou al enkele jaren aan kinderen beginnen, maar ik voelde me daar niet eerder klaar voor: angst om zwanger te worden, een baby in mijn buik te dragen die er dan uit moest, zat er diep in. Nu denk ik dat dit misschien wel een doorgegeven trauma was dat ik onbewust doormaakte.

Enkele dagen na de bevalling is het normaal dat je de ‘babyblues’ hebt en veel weent. Ik had dat ook, maar twee maanden later was ik nog altijd aan het wenen. Het duurde even vooraleer ik een psycholoog vond waarmee het klikte. Hij raadde me aan om op zoek te gaan naar mijn roots. We dachten, zoals veel mensen denken, dat die zoektocht wel zou meevallen, omdat ik in België geadopteerd was.

Verwachtingen vs realiteit

De verwachtingen rond en de realiteit van antwoorden vinden liggen soms mijlenver uit elkaar. Dat heeft met verschillende factoren te maken: waarden en normen die anders zijn in het land van herkomst dan in België (kan er gesproken worden over de behoefte tot informatie, de afstandname, emoties?), malafide praktijken en al dan niet bewuste fouten in het adoptiedossier (zijn de vindplaats, geboortedatum… correct?), privacy van de eerste familie, moeilijkheden in communicatie…

Voor jezelf en je adoptiekind duidelijk krijgen waarom je op zoek gaat, geeft een beter beeld van de verwachtingen en houdt in dat je concrete vragen formuleert. Dit kunnen vragen zijn als ‘leven mijn biologische ouders nog?’, ‘op wie lijk ik’?, ‘wat is mijn genetische achtergrond?’, ‘waar leefde ik vóór ik werd geadopteerd?’. Vanuit deze vragen nagaan welke aanknopingspunten je hebt, helpt bij het inschatten hoe reëel het is dat je antwoorden kan en zal vinden.

Daarnaast bereiden jullie zich best voor op een scala aan scenario’s zoals ‘wat als we geen antwoorden krijgen op onze vragen?’, ‘wat als zij geen contact willen?’, ‘wat als de gevonden persoon toch geen familie blijkt te zijn?’ Honderd procent voorbereid ben je nooit, maar stilstaan bij deze vragen beschermt tegen ontgoochelingen en teleurstellingen.

Binita: In 2019 (toen was ik 27) vertrokken we voor een maand naar Nepal. De voorbereidingen waren megastresserend voor mij. De vorige keer had ik alles ondergaan en er naar mijn gevoel niet alles uitgehaald. Daarom was ik nu heel bewust bezig met voorbereiden en nadenken wat ik wilde bereiken. Maar terwijl ik dat deed, besefte ik steeds meer dat ik niets wist, ook al was ik daar geweest.

Bij mijn biologische familie logeren was hét plan om meer te weten te komen over mijn verleden. Ik hoopte met hen te kunnen connecteren en een gevoel van herkenning van familieband te ontwikkelen, wat zou helpen om een dieper gesprek te voeren. Vlakaf de vraag stellen ging niet, maar als ik daar een week was en we leerden elkaar beter kennen, zou er misschien veiligheid ontstaan om het daarover te hebben.

Mijn biologische familie was heel gastvrij. Ik wilde hen niet kwetsen of beledigen, dus ik probeerde niet te laten zien hoe moeilijk ik het had. Als mijn vriend en ik ‘s avonds alleen waren, kon ik de tranen wel laten vloeien. Het was echt heel moeilijk voor mij. Mijn week daar was zo teleurstellend. Ik had veel te veel verwacht.

Chris: Ik voelde totaal geen klik met mama. Ze kwam binnen, omhelsde mij en ik dacht: dat is gewoon een vrouw. Ik knuffelde terug, maar had er geen gevoel bij. In mijn hoofd zat: dat is mijn mama, dat is mijn mama. Maar dat was enkel in mijn hoofd.

Ergens snap ik dat wel, want ik kende haar niet en herkende mezelf ook niet in haar, maar ik had gehoopt dat mijn gevoel positiever zou zijn. In internetfilmpjes nemen ze elkaar vast en beginnen ze te wenen. Die voelen precies echt dat dat hun mama is, maar ik had dat niet. Zij had dat wel bij mij. Ze heeft mij als kind in haar armen gehad en na bijna negentien jaar had ze mij terug vast, dus voor haar kwam dat wel binnen.

Later die reis bracht ik nog enkele dagen door met mama en de familie. We gingen samen naar een ander eiland waar ik mijn twee oudere zussen ontmoette. Ook ontmoette ik mijn oma, nonkel en andere familieleden. Met sommigen van hen voelde ik meteen een klik, maar met mama heb ik dat nooit gehad.

Toen ik terug in België was, bleven we communiceren via Facebook chat. Skypen deden we ook, maar daarbij voelde ik me minder op mijn gemak. Grotendeels omdat ze dan zien waar ik woon en dat botst met waar zij wonen. Zij krijgen dan al snel het idee dat je rijk bent, ook al is dat niet zo. Via chat kan je antwoorden wanneer je wil en af en toe eens een foto sturen zonder alles prijs te geven.

Annick: Naar mijn mama vroeg ik ook. Leefde ze nog of niet? Daarop wou hij geen antwoord geven. Ik vond dat raar. Als ze dood is, kan je dat toch zeggen? Dan weet ik het en stopt het daar. Door zijn stilzwijgen, vermoed ik dat ze nog leeft, maar hij wou dat niet bevestigen. Dat was zo frustrerend. Zeg het me gewoon, dacht ik. De gids vond dat ook erg.

Mijn papa wilde me niet alle informatie geven, maar hij was ook heel moe. En ik was moe. Het was vijftig graden, het was moesson. Dan zit je daar in een kamertje met een heleboel vertalers. Je kan niet communiceren, je weet niet wie wat tegen wie zegt. Dat was echt zo vermoeiend. Ik was erna drie dagen knock-out. Mentaal woog het door, maar ik was ook ziek door de zwangerschap. Toen we in augustus terugkwamen van India was ik tien kilogram afgevallen.

Debora: Ik wou mijn vader graag ontmoeten. Hij moest erover nadenken, maar uiteindelijk zagen we elkaar voor het eerst op 23 december 2014. Dat was mijn kerstcadeau. Ik zal het altijd onthouden. Voortaan viel Kerstmis voor mij op 23 december in plaats van 25 december.

We hadden een heel fijn eerste gesprek en bleven elkaar zien. Maandelijks gingen we iets eten. Dat was altijd gezellig. Toen ik in 2018 jarig was, zei ik hem: “Ik hoef geen cadeau, maar ik zou graag willen dat je een DNA-test doet.” Ik twijfelde er niet aan dat ik zijn dochter was, maar ik wou het formaliseren, ook een bewijs op papier zien dat hij mijn vader was. Uit de test van MyHeritage bleek dat wij 0,0 DNA deelden. Ik dacht: er is een fout gebeurd, dit is een goedkope, commerciële test. Om er zeker van te zijn dat mijn staal niet verwisseld was, kreeg ik de zus van mijn biologische moeder zo ver om ook een test te doen. Ik overdonderde haar waarschijnlijk met mijn vraag, maar met haar had ik wel een match en ook met mijn eigen zoon.

Ik bleef twijfelen aan die commerciële testen. Ik praatte er lang over met mijn man. Uiteindelijk betaalde ik 850 euro voor een DNA-test in een academisch ziekenhuis. Die test bevestigde dat we geen familie waren: 0,0% kans. Toen moesten we het wel geloven. Voor mijn zogenaamde vader was dat ook verschrikkelijk. We hadden inmiddels een band opgebouwd en hij twijfelde er niet aan dat ik zijn dochter was. Ik heb nog steeds contact met hem. Als hij mijn vader was geweest, was het goed gekomen.

Gezocht, gevonden, klaar?

Er wordt soms gezegd: voor elk antwoord dat je krijgt, komen er minstens twee nieuwe vragen bij. Dat hoeft niet per se zo te zijn natuurlijk, maar deze uitspraak geeft wel aan dat het krijgen van antwoorden een verhaal soms net meer complex kan maken omdat het nieuwe vragen oproept. Daarnaast brengt het vinden veel verschillende emoties met zich mee. Naast de blijdschap en opluchting van het vinden van verbinding, kan er ook het verdriet zijn om het eerdere verlies en de angst om opnieuw te verliezen. Elke vorm van informatie die je vindt en/of net niet, al is het een splintertje, heeft impact op identiteit. Wanneer je dus zoekt en (net niet) vindt, betekent dit dat er tijd nodig is om hiermee om te gaan.

Goed omringd zijn en eventuele professionele ondersteuning voor, tijdens en na zoeken zijn daarom belangrijk, zowel voor je adoptiekind als voor ouders.

Annick: In oktober 2018 stierf mijn papa. Dat blijft dubbel. Aan de ene kant kan ik het afsluiten doordat hij gestorven is. Anderzijds had ik nog heel veel willen vragen, want nu had ik hem eindelijk gevonden. Ik dacht dat mijn vragen zouden stoppen als ik vond, maar ik heb nu meer vragen dan voor mijn zoektocht. Ik denk ook na over hoe ik zaken anders had kunnen formuleren, zodat ik meer van hem had losgekregen. Je bereidt je zo goed voor, maar dan sta je daar en denk je: verdomme, er blijft niets van over. Maar ik ben blij dat ik mijn gevoelens heb kunnen uiten naar hem toe. En ik ben blij dat ik hem nog gezien heb. Voor mezelf en voor mijn kind. Mijn papa was ziek, dus ik wist dat ik dat moment moest gebruiken. Alles op enkele uren willen vertellen, wens ik niemand toe, maar ik heb gedaan wat ik kon doen.

Binita: Met mijn biologische vader heb ik geen contact, omdat we geen gemeenschappelijke taal hebben. Zijn vrouw stuurt heel af en toe een smiley of hartje via Messenger. Ik vind dat heel erg van mezelf, maar dat irriteert me. Ik heb niets met die vrouw. Op zich doet zij niets mis en is ze heel vriendelijk, maar ik kan er niet tegen dat zij aan iedereen laat uitschijnen dat zij mijn moeder is. Soms antwoord ik, soms negeer ik haar. Dat is misschien hard, maar ik heb geen nood aan contact met haar. Door de taalbarrière kunnen we ook niet echt communiceren, dus het heeft weinig zin.

Op mijn voorbije verjaardag belde ik mijn zus via Messenger. Het was de eerste keer dat ik dat durfde, maar ik dacht: waarom niet, ik doe dat gewoon! We hadden dat in al die jaren nooit gedaan terwijl dat wel kon. Mijn zus was mega-enthousiast om mij te zien. Haar kindje was erbij, dus die zag ik ook. Het was niet de typische ‘hello, how are you?’ conversatie, maar meer een gesprek onder vriendinnen. Ook al duurde het maar een kwartiertje, het besef dat ik mijn zus hoorde op mijn verjaardag was heel fijn.

Dries: Ik weet waarom ik ben afgestaan. Ik heb dat altijd geweten, maar het werd definitief bevestigd toen ik mijn dossier inkeek. Maar er is ook informatie die ik niet heb. Voordat ik de brief naar mijn biologische grootouders stuurde, werd mijn dossier overgedragen van de ene naar een andere nazorgmedewerker. Ik was bij die overdracht en mijn dossier bestond uit twee enveloppen. De inhoud van de ene envelop kende ik, de andere niet. Ik mocht er niet bij zijn toen die envelop besproken werd. Ik moest naar buiten gaan. Dat blijft steken. Dat zijn dingen over mij die ik niet mag weten. Ik weet nog altijd niet wat erin staat en waarom ik het niet mag weten. Vorig jaar kwam ik toevallig iets te weten over de bevalling en dat was voor mij een geruststelling. Ik had dat liever al veel langer geweten.

Debora: De voorbije jaren waren emotioneel heel turbulent, maar nu voel ik me in evenwicht. Ik kan het plaatsen. Helemaal rond zal de cirkel nooit zijn, denk ik. Het zal altijd een zachte worsteling blijven. Soms word ik geraakt door heel domme dingen, dan schieten de tranen in mijn ogen en dan weet ik dat het er nog zit. Het kan ineens opkomen. Vooral de pijn van de eenzaamheid en de leugens zitten er nog, maar ik heb het hoe langer hoe meer onder controle. Ik heb vooral geen verwachtingen meer, terwijl ik vroeger héél veel verwachtingen had.

De drang om mijn biologische moeder te ontmoeten is volledig weg. Daar ben ik blij om. Wat zij meemaakte, moet ongelooflijk zwaar zijn geweest, maar ze deed niets met haar trauma en dat verwijt ik haar. Zwijgen doet niet verdwijnen, het laat je alles opkroppen. Stel dat mijn moeder mij op haar sterfbed wil zien, dan weet ik niet of ik daarop zou ingaan. Hoe zij gelogen heeft doet mij nog altijd pijn en is onacceptabel voor mij. Het vertrouwen is volledig weg. Ik denk niet dat het nog ooit hersteld kan worden. Als ze mij had gezegd: “Kijk Debby, één gesprek krijg je, dit is de waarheid en laat me nu”, dan had ik dat zo veel meer geapprecieerd dan de jarenlange lijdensweg van ontgoochelingen die het nu is geweest.

Raakt dit artikel jou en heb je nood aan een gesprek? Voor individuele, gratis nazorg kan je terecht bij de nazorgmedewerkers van Steunpunt Adoptie via 078 15 13 27 of nazorg@steunpuntadoptie.be. Je adoptiekind kan er ook over praten met een buddy via www.a-Buddy.be. Meer info over het contacteren van biologische familie vind je op www.a-search.be. Met vragen over de eigen afstamming kan je terecht bij www.afstammingscentrum.be.

Tekst door Kristina Van Remoortel, educatief en nazorgmedewerker bij Steunpunt Adoptie, met grote dank aan de getuigenissen van Annick, Binita, Chris, Debora en Dries. De verhalenbundel ‘Gezocht en (niet) gevonden’ vind je hier.

Bronnen:
- WAN – Wegwijzer Adoptie Nazorg (2002). Op zoek naar je wortels.
- WAN – Wegwijzer Adoptie Nazorg (2001). Loyaliteiten gekleurd door adoptie.
- Stichting Adoptievoorzieningen (2015). Rootsreis in de basisschoolleeftijd. Informatie en tips voor ouders.