Wil je meer weten?
Wil je meer weten?
Hier vind je meer informatie over uiteenlopende thema's zoals het belang van het kind, special needs, opvoeding, identiteit en herkomst.
Hoe ervaren volwassen transnationaal geadopteerden de geestelijke gezondheidszorg en wat zijn hun noden? Die vraag stond centraal in een kwalitatief onderzoek van Mattias Strand en Natte Hillerberg (2024). De onderzoekers namen diepte-interviews af bij 66 transnationaal geadopteerden in Zweden, tussen 21 en 58 jaar, afkomstig uit 15 verschillende landen.
Uit de gesprekken kwamen drie overkoepelende thema's naar voren: drempels, hulpbronnen en noden en aanbevelingen. De resultaten bieden inzichten voor professionals die geadopteerden begeleiden of behandelen, en onderstrepen het belang van een adoptiesensitieve benadering.

Figuur Strand & Hillerberg: Thema's en subthema's. De pijlen duiden op sterke onderlinge verbanden in de data.
Veel deelnemers ervaren dat therapeuten en andere hulpverleners over beperkte kennis beschikken van adoptiegerelateerde thema’s en te weinig inzicht hebben in de geleefde ervaringen van transnationaal geadopteerden. Daarnaast beschrijven zij een hardnekkige terughoudendheid om deze ervaringen ter sprake te brengen.
“Het is frustrerend om te beseffen dat de persoon die je hoort te helpen, veel minder weet over hechting, trauma en adoptie dan jijzelf. Het is niet de taak van geadopteerden om therapeuten op te leiden."
“Psychotherapeuten hebben soms wel verwezen naar het feit dat ik geadopteerd ben, maar konden vervolgens niet uitleggen waarom dat belangrijk zou kunnen zijn."
"Niemand heeft er ooit expliciet naar gevraagd. En ook impliciet, onder de oppervlakte, leek het geen plaats te krijgen. Het is alsof mijn leven pas begon in Zweden."
Ervaringen met racisme worden volgens deelnemers regelmatig geminimaliseerd of vergoelijkt, zowel in de samenleving als binnen de gezondheidszorg, waardoor zij zich niet altijd erkend voelen in die ervaringen. Slechts weinig deelnemers hadden ooit met een therapeut gesproken over hun ervaringen met racisme.
"Therapeuten moeten al die verschillende aspecten begrijpen waarmee geadopteerden te maken krijgen … Het gaat niet alleen over hechting, want daarin zijn ze doorgaans goed geschoold. Maar er is ook racisme, minderheidsstress en al die andere zaken waarmee ze zich moeten kunnen verhouden of die ze moeten kunnen helpen bespreken."
Veel geadopteerden ervaren dat er van hen maatschappelijk verwacht wordt dat zij dankbaar zijn voor hun adoptie. Dit laat weinig ruimte om moeilijke ervaringen na adoptie te benoemen en kan een drempel vormen om hulp te zoeken.
"Toen ik klein was, heb ik zelfs van de schoolverpleegkundige gehoord dat ik me gelukkig mocht prijzen. Dat veroorzaakte, hoe zal ik het noemen, schaamte denk ik. Schaamte om als geadopteerde hulp te zoeken. Ik denk dat velen van ons voelen ... We voelen dat we niets durven zeggen, omdat het dan lijkt alsof we klagen."
Mensen verwachten vaak dat geadopteerden persoonlijke vragen over hun achtergrond beantwoorden. Verschillende deelnemers geven aan dat zij door die ervaringen voorzichtiger zijn geworden om zich open te stellen, ook tegenover hulpverleners. Ook therapeuten die zich doorgaans professioneel opstellen, kunnen plots emotioneel of sentimenteel reageren wanneer het onderwerp adoptie ter sprake komt.
"De laatste keer dat ik in therapie was, had ik een heel goede psychotherapeut. Maar toen vertelde ik dat ik mijn biologische familie had ontmoet. En plots was de reactie: 'Oh, wat spannend! Wauw!' Terwijl ik liever had gehad dat ze iets zei als: 'Maar hoe is dat voor jou geweest?' Dat heb ik al verschillende keren meegemaakt. Mensen raken gefascineerd door het feit dat ik mijn biologische familie heb ontmoet. En plots gaat het niet meer over mij."
"Tijdens onze laatste sessie vertelde ik hem dat ik mijn familie had gevonden en dat ik terug zou gaan. En toen begon hij te huilen en zei hij dat ik 'mijn weg naar huis had gevonden' of iets in die trant. Terwijl ik daar zelf nog niet stond in mijn proces."
Geadopteerden worden volgens deelnemers soms gezien als óf ernstig getraumatiseerd, óf volledig aangepast en goed functionerend. Daardoor wordt niet altijd opgemerkt dat ook geadopteerden die het ogenschijnlijk goed doen behoefte kunnen hebben aan ondersteuning. Ook het beeld van transnationale adoptie als een ‘succesverhaal’ kan ertoe bijdragen dat mentale gezondheidsproblemen worden onderschat.
"Ik kreeg al op jonge leeftijd te horen dat geadopteerden oververtegenwoordigd zijn in de psychiatrie en in zelfdodingcijfers. En dat was zoiets van... Oké dan, wat moet ik met die informatie? Ik ben veertien."
"Ik pas me gemakkelijk aan en van buitenaf lijk ik heel goed te functioneren. Daarom vonden psychologen vaak dat verdere begeleiding niet nodig was, omdat ik de indruk gaf dat het goed met me ging."
Enkele deelnemers geven aan dat hulpverleners, maar ook anderen, hen ook op volwassen leeftijd blijven zien en behandelen als ‘een adoptiekind’. Dit wordt als kleinerend ervaren en draagt bij aan het gevoel niet serieus genomen te worden.
"Het is zo infantiliserend om te horen: 'Jij bent een adoptiekind.' Pardon? Nee, ik ben een volwassen persoon die als kind werd geadopteerd. Ik ben een ouder, ik bereik stilaan de middelbare leeftijd en ik zal hier oud worden. Het is zo reducerend en kleinerend om ons adoptiekinderen te noemen. Echt waar. En het getuigt van onwetendheid."
Veel deelnemers ervaren dat adoptieouders soms terughoudend zijn om hen te ondersteunen bij het zoeken naar psychologische hulp, mogelijk vanuit defensieve reacties, onvoldoende begrip voor de noden van hun kind, of angst om beoordeeld te worden.
"Ik heb ooit laten vallen bij mijn ouders dat het misschien een goed idee zou zijn als zij ook eens naar een therapeut zouden gaan. Ik weet niet meer precies wat ze zeiden, maar de boodschap was zoiets als: 'Wij zijn toch niet gek.' Ze zijn van de oude stempel. Zij denken dat je volledig doorgedraaid bent als je naar een therapeut gaat.”
"Als adoptieouder hebben sommigen misschien het gevoel dat ze het veel beter moeten doen dan de rest. Dat is de indruk die ik krijg wanneer ik met mijn moeder praat: een gevoel van falen wanneer een kind in de geestelijke gezondheidszorg terechtkomt. Bovendien waren ze academisch opgeleid, hooggeschoold en financieel succesvol. Voor hen klopte het plaatje gewoon niet. Het was moeilijk voor hen om hulp te aanvaarden en naar hun eigen aandeel te kijken. Het was makkelijker om te zeggen: 'Jenny is degene die problemen veroorzaakt, Jenny verwondt zichzelf, zij moet naar een miljoen therapiesessies.' Maar dat zij zelf ook een deel van het verhaal waren, dat konden of wilden ze eigenlijk niet erkennen."
Veel deelnemers geven aan aangewezen te zijn op therapie in een privépraktijk, wat aanzienlijke kosten met zich meebrengt. Ook de zoektocht naar de eigen afkomst of reizen naar het geboorteland worden als belangrijk, maar financieel belastend ervaren.
"Natuurlijk, als je elke maand [400 dollar] wilt uitgeven aan een privétherapeut, dan kan dat. Maar dat is ontzettend veel geld als je dat een of twee jaar lang doet. Het is een onredelijk bedrag. En soms denk ik ook: wat is dit eigenlijk? Ik ben niet degene geweest die beslist heeft dat ik hierheen zou komen."
Wanneer actoren die betrokken zijn geweest bij adoptie deel uitmaken van het hulpaanbod, kan dit volgens de deelnemers het vertrouwen in de geboden ondersteuning onder druk zetten. Negatieve persoonlijke ervaringen en berichtgeving over onregelmatigheden bij adoptie spelen hierin mee.
"Vertrouwen is volgens mij echt ontzettend belangrijk. Je moet het gevoel hebben dat [die therapeut] niet zijn of haar eigen agenda volgt en dat de ondersteuning onvoorwaardelijk is."
Verschillende deelnemers beschrijven positieve ervaringen met therapeuten. Wat daarbij vooral het verschil lijkt te maken, is niet alleen kennis van adoptiegerelateerde thema's, maar de bereidheid om adoptie te erkennen en te bespreken als een belangrijk onderdeel van iemands leven.
"Zij stond stevig in haar schoenen, was nuchter en niet bang voor - hoe zal ik het zeggen? - de duisternis, of hoe je het ook wilt noemen. Voor de innerlijke angsten en wanhoop van een ander mens. Voor al die dingen die bestaan en zoveel pijn kunnen doen."
Veel deelnemers ervaren contacten met andere geadopteerden als een belangrijke bron van steun. Geadopteerdenorganisaties en online gemeenschappen op sociale media spelen hierin een belangrijke rol.
“De enige plekken waar ik mij echt veilig voel, zijn bij anderen, in communities: in verschillende Facebookgroepen of organisaties van andere geadopteerden. Dat is de enige context waarin ik me begrepen voel en waarin ik het gevoel heb dat ik anderen begrijp.”
"Zij [de organisatie voor Koreaanse geadopteerden in Zweden] zijn ongelooflijk belangrijk. Het is moeilijk voor te stellen wat we zonder hen zouden hebben gedaan of waar we zouden staan. Dat laat ook zien dat er al heel lang een enorme behoefte bestaat. We hebben zelf een gemeenschap opgebouwd en manieren gevonden om elkaar te steunen."
Berichtgeving over illegale adopties kan confronterend zijn, maar wordt door veel deelnemers vooral gezien als een erkenning van eerder geuite vermoedens en als een stap richting gerechtigheid en verantwoording.
"Dit zijn problemen waarvan ik al enkele jaren wist voordat ze media-aandacht kregen. Dus, ik denk dat het heel belangrijk en heel goed is. Hopelijk leidt het tot verder onderzoek - misschien is dat mijn wishful thinking - dat dingen voor ons als geadopteerden kan verbeteren. Misschien draagt het bij aan meer en betere ondersteuning voor ons. Of gewoon aan meer kennis en bewustwording."
Deelnemers ervaren meer bewustzijn en openheid om ook de moeilijke of problematische aspecten van transnationale adoptie te bespreken.
"De therapeuten die ik nu heb, zijn beter mee met hun tijd. Vergeleken met 2004, toen mijn therapeut zei: 'Nee hoor, ik vind spleetogen juist heel mooi.' […] Vandaag zouden ze eerder zeggen: 'Ja, ik begrijp het. Dit is racisme. Dit zijn microagressies.'"
Veel deelnemers geven aan dat zij graag terecht zouden kunnen bij een geadopteerde therapeut of een therapeut van kleur; iemand die vanuit persoonlijke ervaring inzicht heeft in de geleefde realiteit van transnationaal geadopteerden. Tegelijk merken sommige deelnemers op dat een gedeelde achtergrond geen garantie biedt voor begrip of empathie. Zij benadrukken vooral het belang van therapeutische deskundigheid.
"Misschien hoef ik iemand die zelf geadopteerd is niet uit te leggen dat er zoiets bestaat als adoptiespecifieke discriminatie. Of hoef ik als Aziatische vrouw bepaalde ervaringen met discriminatie niet uit te leggen aan een vrouw van kleur. Je wordt er moe van om jezelf voortdurend uit te leggen. Uit te leggen wie je bent, waar je écht vandaan komt, of hoe dat komt. Dat voortdurend uitleggen put uit."
Er is brede steun voor de oprichting van een expertisecentrum voor transnationaal geadopteerden, waar verschillende vormen van kennis en ondersteuning samenkomen. Tegelijk wijzen deelnemers erop dat er mogelijke drempels zijn waarmee rekening gehouden moet worden.
“Ik kan me voorstellen dat een deel van mij daar vroeger weerstand tegen zou hebben gevoeld, omdat ik het moeilijk had om mijn Indiase achtergrond te aanvaarden. Ik wilde Zweeds zijn. Misschien zou ik me boos hebben gevoeld als iemand had gezegd: 'Kom naar deze plek waar allemaal andere geadopteerden samenkomen om te praten.'"
Volgens deelnemers moet er meer kennis zijn over de uitdagingen waarmee geadopteerden geconfronteerd kunnen worden. Dit kan onder meer door adoptie sterker aan bod te laten komen in opleidingen voor hulpverleners en door kritisch stil te staan bij de culturele uitgangspunten van psychotherapeutische modellen.
"Het belangrijkste is dat een therapeut responsief en flexibel is, en open communiceert over wat hij of zij wel en niet weet. Het is ook belangrijk dat er niet veralgemeend wordt, want iedere geadopteerde heeft eigen ervaringen en opvattingen die gerespecteerd moeten worden. Tegelijk hoop je natuurlijk dat een therapeut zo goed mogelijk geïnformeerd is, zodat die de complexiteit van de ervaringen van geadopteerden begrijpt."
Volgens sommige deelnemers sluit de focus op het 'hier en nu' binnen cognitieve gedragstherapie niet altijd aan bij adoptiegerelateerde trauma's. Soms zijn aanvullende therapeutische perspectieven nodig.
"De gezondheidszorg zou traumasensitief moeten zijn. Wanneer het gaat over relationeel trauma, is er vooral toestemming nodig: toestemming, toestemming, toestemming. Net dat is wat ontbrak en wat mee heeft bijgedragen aan het trauma. Volgens mij is dat een van de noodzakelijke voorwaarden voor geadopteerden om zich in therapie te durven engageren en het vol te houden. Tegelijk denk ik dat dit moeilijk te realiseren is binnen therapievormen waarin de therapeut als expert wordt gezien die moet beoordelen en sturen, zoals cognitieve gedragstherapie of psychodynamische therapie."
Verschillende aspecten van transnationale adoptie kunnen op verschillende momenten in het leven opnieuw betekenis krijgen, bijvoorbeeld tijdens de adolescentie, het ouderschap of op latere leeftijd.
"Het moet om langdurige ondersteuning kunnen gaan, want je bent je hele leven geadopteerd en er zullen periodes zijn waarin het beter of moeilijker gaat. Het is niet zo dat je tien sessies volgt en daarna klaar bent. Doorheen mijn leven zullen verschillende thema's blijven opduiken die verbonden zijn met mijn adoptie en met hoe het met mij gaat. Ik denk niet dat je daar ooit volledig klaar mee bent."
Deelnemers benadrukken dat adoptieouders ondersteuning nodig hebben om voorbereid te zijn op mogelijke uitdagingen, waaronder het omgaan met raciale verschillen en het ondersteunen van hun kind bij ervaringen met racisme.
"Als je een geracialiseerd kind opvoedt in een witte samenleving, dan zullen er dingen gebeuren. Het is niet zo dat je kind misschien met racisme te maken krijgt. Je kind zál met racisme te maken krijgen. En dan moet je als ouder weten hoe je daarmee kunt omgaan en hoe je je kind daarin kunt ondersteunen."
Volgens de deelnemers zouden geadopteerden tijdens de kindertijd en adolescentie een vorm van gestructureerde follow-up aangeboden moeten krijgen. Een doorlopend aanbod van begeleiding kan helpend zijn voor tieners, ook wanneer zij daar aanvankelijk niet meteen voor openstaan.
"Veel geadopteerden vragen niet uit zichzelf om hulp. Daarom is het beter om hulp blijvend aan te bieden zodat je ervoor kunt kiezen er geen gebruik van te maken, in plaats van zelf hulp te moeten vragen en vervolgens niet de ondersteuning te krijgen die je nodig hebt."
Voor sommige geadopteerden kan het helpend zijn om andere geadopteerden te ontmoeten, ervaringen uit te wisselen en herkenning te vinden in elkaars verhalen.
"Ik vind groepsgesprekken heel waardevol. Groepen die niet over verdrietige dingen gaan, maar evengoed groepen die ruimte bieden om te praten over existentiële eenzaamheid binnen adoptie. Zulke groepssessies lijken me heel waardevol."
Zwangerschap, bevalling en ouderschap kunnen voor geadopteerden bijzonder emotionele en triggerende ervaringen zijn. Volgens deelnemers verdient dit meer aandacht binnen de gezondheidszorg.
"Ik had meer ondersteuning kunnen gebruiken vanuit de gezondheidszorg. Ik had graag met een vroedvrouw gesproken over hoe ik me voelde. Wat ik me toen realiseerde, was dat ik ooit van iemand ben weggenomen. Ik heb negen maanden in haar buik gezeten en ben daarna van haar gescheiden. Dat maakte me ontzettend verdrietig. En het was ook voor de eerste keer dat ik dacht: mijn hemel, daar had ik nooit eerder bij stilgestaan, dat er iemand bestond die op mij leek.”
Deelnemers geven aan dat uitgebreidere medische onderzoeken en screening toegankelijk zouden moeten zijn, in plaats van enkel vast te stellen dat er weinig informatie beschikbaar is over erfelijke aandoeningen en ziekten.
"Nu ik ouder word, kunnen er allerlei erfelijke aandoeningen of andere dingen zijn waar niemand iets van weet. Het stoort me eigenlijk dat ik geen extra bloedonderzoeken of iets dergelijks krijg aangeboden. Ik weet niets over mijn familiale achtergrond. Ik kan niet gewoon naar huis gaan en het vragen, zoals de meeste mensen."
Deelnemers vragen meer kennis over aandoeningen die vaker voorkomen bij mensen met een niet-Europese achtergrond, evenals expertise in het herkennen en beoordelen van huidaandoeningen op een melaninerijke huid.
"Ik ging op consultatie voor [deze huiduitslag] en die persoon zei dat ze het niet kon zien op mijn huid, omdat ze dat blijkbaar niet leren. Om huidproblemen op een donkere huid te herkennen. Daarvoor moet je een lichte huid hebben."
Deelnemers geven aan dat er financiële ondersteuning zou moeten bestaan voor psychotherapie, rootszoektochten en bezoeken aan het geboorteland.
"Nazorg na adoptie zou uiteraard gratis moeten zijn. De overheid zou hiervoor verantwoordelijkheid moeten opnemen en de nodige financiering voorzien. Van geadopteerden kan niet verwacht worden dat ze dit zelf betalen."
Hoewel de behoeften sterk kunnen verschillen, zijn kinderen van geadopteerden een soort 'tweede generatie' die een bepaalde achtergrond en ervaringen deelt met hun geadopteerde ouder.
"Het kan nuttig zijn om dit ook te zien als een mogelijke risicofactor bij de tweede generatie geadopteerden. Ook zij kunnen gevoelens van ontworteling ervaren doordat er geen contact is met hun biologische familie. Misschien erven zij dat gevoel van wortelloosheid mee. Het is een interessante periode, denk ik, omdat de kinderen van geadopteerden nu oud genoeg worden om zelfstandig over hun leven na te denken en misschien zelf moeder of vader worden."
De studie laat zien dat veel transnationaal geadopteerden, eerder dan een specialistische behandeling, belang hechten aan hulpverleners die openstaan voor gesprekken over adoptiegerelateerde ervaringen, oog hebben voor de impact van adoptie doorheen de levensloop en aandacht besteden aan de verschillende thema’s (zoals verlies en racisme) die een rol kunnen spelen in het leven van transnationaal geadopteerden.
Bron: Strand, M. & Hillerberg, N. (2024). Transnational adoptees in healthcare: barriers, resources, and needs. Front. Public Health 12:1426489. DOI: 10.3389/fpubh.2024.1426489
Tekst: Kristien Wouters