Contacteer ons of spring binnen op Gordunakaai 85a in Gent.

Ontdek onze groepsbegeleidingen, en evenementen.

Het laatste nieuws en interessantste weetjes over de wereld van adoptie.

Ontdek een hulpverlener bij jou in de buurt via deze handige adoptiekaart.

Wil je meer weten?

Hier vind je meer informatie over uiteenlopende thema's zoals belang van het kind, specifieke ondersteuningsbehoeften, nazorg, opvoeding, identiteit en roots.

Opvoeding:

  • Vervroegde puberteit
  • Interlandelijke adoptie: Diversiteit is de sleutel
  • Slaapproblemen bij adoptiekinderen: hoe kan je ermee omgaan?
  • Teruggaan en inhalen: De kwetsbare gehechtheidsontwikkeling van geadopteerden

Bekijk alles

Verhaal van de matroos

Hoe steken we de grote oceaan van de kindertijd over?

Er was eens een klein zieltje, dat boven op een wolk de mensen op de aarde aan het bestuderen was. Het wou zich heel snel tussen hen voegen om aan hun wereld deel te kunnen nemen.

Op een dag vertelde men hem dat het zijn beurt was om zo’n mooie kleine baby te worden. Hij kon eindelijk beginnen aan het fantastische avontuur van zijn geboorte, jeugd en de rest van zijn volwassen leven.

Maar voor hij vertrok, legde men hem uit dat hij in het begin van zijn leven niet alleen zou kunnen overleven. Kleine mensenbaby’s zijn formidabel, vol mogelijkheden, maar zeer kwetsbaar.

Ze kunnen zich niet alleen voeden, ze kunnen zich niet zelf beschermen, niet zelf verzorgen en moeten heel veel leren voordat ze zelfstandig kunnen overleven.

Men vertelde hem dat het begin van zijn leven net zoals een lange reis op een boot zou zijn. Een reis die nodig is om de oceaan over te steken die tussen het continent van de geboorte en het continent van de volwassen-wereld ligt.

Om te overleven, te groeien, te leren, vaart de baby met een schip dat familie noemt. Het kind zal volledig kunnen vertrouwen op hen om geliefd, verzorgd, gevoed te zijn. Het zijn zij die mede verantwoordelijk zijn voor zijn leven, zijn gezondheid en zijn oversteek van het ene continent naar het andere.

Vanaf dat het kind zijn ogen opent bevindt het zich in een mooi schip. Hij heeft het lekker warm, wordt gekoesterd en beschermd. Hij ziet dat er wel degelijk een kapitein aan het roer van het schip staat. Hij realiseert zich dat dit precies is zoals men hem gezegd had, en zo valt het kind met een gerust gemoed in slaap.

Daarna wordt hij met een schok wakker, in paniek. Hij ligt in het water, het schip is gezonken … en de kapitein is verdwenen …

Hij wordt heel bang. Bang om te verdrinken, bang om te sterven. Dit is niet wat men hem verteld had en hij weet niet wat hij moet doen.

Het kind wordt opgevist door een andere boot, een boot met een kapitein en vele andere baby’s die net zoals hij opgevist zijn uit de zee. Hongerig en ongerust heeft hij geen keus om in dit vreemde schip te komen.

Hij blijft een tijdje op dit schip. Juist op het moment dat hij een beetje vertrouwen begint te krijgen in deze nieuwe kapitein, komt er een hele grote storm en het schip vaart te pletter op een rots.

Totaal overstuur en getraumatiseerd, kan hij zich toch nog even vasthouden aan een wrakstuk, voordat dit uiteindelijk zinkt en naar de diepte verdwijnt.

Het kind zwemt moeizaam.  En zonder eigenlijk te weten hoe hij er uiteindelijk gekomen is, belandt het helemaal alleen op een verlaten strand.
Naakt en heel klein, vraagt het zich af:

“ Maar wat gebeurt er allemaal met mij? Ik zou mijn kindertijd in een mooi schip doorbrengen met twee lieve kapiteins die van mij zouden houden, mij eten geven, me verzorgen, mij beschermen en mij de belangrijke dingen van het leven leren om me uiteindelijk aan de andere kant van de oceaan, die zonder gevaren zou zijn, te brengen.”

Hij beslist dan maar dat hij nooit meer zal vertrouwen op boten en op kapiteins. Hij wil zelf niet meer naar de andere kant van die gevaarlijke oceaan.

En dan beseft hij dat hij geen keuze heeft om op een andere boot te wachten, omdat hij nog te klein en te kwetsbaar is om alleen op een strand te overleven. Hij besluit om deze keer de controle van het schip zelf in handen te houden en nooit meer te vertrouwen op een kapitein.

Een tijdje later komt er een boot die er stevig uitziet met twee lachende kapiteins erin. Met tegenzin, maar met een sterke wil om te overleven, aanvaardt hij de uitnodiging om in deze nieuwe boot te komen.

Deze twee kapiteins spreken op een zachte manier tegen hem en zeggen hem dat ze al een tijdje op zoek zijn naar een klein matroosje zoals hij, om te koesteren en te beschermen. Ze willen hem heel graag laten zien hoe prachtig de wereld is.

Nog steeds in shock, luistert de baby zonder echt te horen. Hij is met zijn gedachten elders. Deze keer zal hij zich niet laten doen. Dit schip dient enkel als reddingsboei. Hij zal zelf heel waakzaam zijn en de kapiteins in het oog houden, dag en nacht. En in geval dat er gevaar is, zal hij de besturingscabine aanvallen om zelf het roer in handen te nemen.

Epiloog

Maar na een hele tijd, ziet het matroosje dat deze kapiteins anders zijn.

Hij begint ze heel langzaam, beetje bij beetje te vertrouwen. Af en toe vergeet hij om de zee in het oog te houden en kan hij zijn gedachten rust geven.

En uiteindelijk, loopt de matroos naar de kapiteins om zich te beschermen, als er een nieuwe storm komt.