In Witte zorg, zwart leed toont Ama Kissi, klinisch psycholoog en onderzoeker, waarom de mentale gezondheidszorg tekortschiet voor mensen van kleur. Ze laat zien hoe bias in diagnostiek en behandeling kunnen leiden tot ongelijkheid.
Een boek dat onmiskenbaar de aandacht verdient van hulpverleners én iedereen die wil begrijpen hoe racisme de mentale gezondheid en zorg beïnvloedt.
Dag Ama. Hoe kwam het idee voor dit boek tot stand?
Goede vraag! Als ik heel eerlijk ben, is het geen boek dat ik per se wilde schrijven. Het is namelijk geen vrolijk of licht onderwerp.
Maar het idee ontstond vanuit een sluimerend gevoel, een soort innerlijke onrust. Door wat ik zelf meemaakte en vaak terugzag in verhalen van anderen, maar ook door wat ik in onderzoek zag terugkeren: de vaststelling dat racisme een rol speelt binnen de mentale gezondheidszorg.
Binnen de Nederlandstalige context bestaat er echter geen boek dat racisme in de mentale gezondheidszorg zo centraal stelt. Die specifieke invalshoek is onderbelicht. Vanuit dat gemis dacht ik dat ik het een goed idee was om dit boek te schrijven, met een focus op de Belgische context.
Hoe is je boek opgebouwd?
Het boek bestaat uit drie delen. Het eerste deel gaat over racisme: wat is het, hoe kunnen we het begrijpen en hoe beïnvloedt het de mentale gezondheid? Het was voor mij belangrijk om daar voldoende aandacht aan te besteden. Niet alleen zodat de lezer begrijpt wat racisme is, maar ook zodat die voor een stuk kan voelen welke impact het heeft.
Dat is nodig om in het tweede deel in te gaan op de vraag: wat loopt er verkeerd in de mentale gezondheidszorg? In dat deel komt aan bod hoe raciale en etnische ongelijkheden zich kunnen uiten binnen de mentale gezondheidszorg, zoals bij diagnostiek en begeleiding. Het gaat daarbij niet om individuele schuld, maar om een systemisch probleem.
Het laatste deel gaat ten slotte over antiracisme binnen de zorg. Daarin denken we na - ik zeg ‘we’ omdat ik ook in gesprek ging met elf mensen die elk op hun eigen manier met dat thema bezig zijn - over welke stappen nodig zijn om antiracisme, en liefst ook dekolonialiteit, meer een plek te geven binnen de mentale gezondheidszorg.
In deel twee van je boek concretiseer je hoe de mentale gezondheidszorg tekortschiet voor mensen van kleur. Kan je een voorbeeld geven?
Dat vind ik een heel moeilijke vraag! Als ik er een situatie uithaal zonder context, dan vereenvoudig ik het. Daarom ben ik wat terughoudend om zo’n voorbeeld te geven. Maar denk aan vormen van epistemische onrechtvaardigheid, vooroordelen, stereotypen en discriminatie.
Wat ik wel belangrijk vind om mee te geven, is dat veel hulpverleners zelden stilstaan bij de fundamenten van de psychologie, en dat er een duidelijke bias aanwezig is in de kennis waarop we steunen. Ik verwijs in het boek bijvoorbeeld naar de zogenaamde WEIRD-samples: Western, Educated, Industrialized, Rich, and Democratic. Dat is de groep die het meest wordt onderzocht, terwijl het op wereldniveau eigenlijk de kleinste groep is. Toch gebruiken we heel vaak de kennis over die groep om uitspraken te doen over de psyche en het welbevinden van de globale meerderheid.
Als die basis al scheef zit, dan is het toch aannemelijk dat de kans zeer groot is dat de zorg tekortschiet. Toch? Je bouwt namelijk steeds nieuwe lagen bovenop die kennis, maar dat oorspronkelijke onevenwicht neem je telkens mee.
In je boek schrijf je een klein stukje over adoptie. Was dit voor jou belangrijk om op te nemen?
Ja, het móést erin, maar ik heb wel goed moeten nadenken over waar en hoe. Adoptie is voor mij namelijk heel sterk verweven met kolonialisme en racistische opvattingen. Het is een ‘sterk’ voorbeeld van hoe kolonialiteit vandaag de dag nog altijd doorwerkt.
Tegelijkertijd wordt er weinig stilgestaan bij het leed dat adoptie kan veroorzaken, ook binnen de mentale gezondheidszorg. Daarom wilde ik lezers daar bewust van maken, hen prikkelen, zodat ze de moeite zouden doen om zich er meer in te verdiepen.
Denk je dat racisme anders ervaren wordt door geadopteerden?
Ik vind het moeilijk om me daarover uit te spreken, omdat ik me daar nog niet in verdiept heb en ik ook geen adoptie-expert ben. In de therapieruimte heb ik wel al gezien wat adoptie en racisme met geadopteerden kan doen: het veroorzaakt vaak leed en kan zorgen voor een gevoel van aliënatie.
Wat me telkens diep raakt, is wanneer geracialiseerde geadopteerde jongeren ook binnen hun eigen gezin racisme ervaren. Dat moet enorm pijnlijk zijn, want het betekent dat zelfs je thuisomgeving geen veilige plek is. Mijn eigen gezin was voornamelijk zwart, dus wanneer ik als kind of jongere iets meemaakte in de buitenwereld, wist ik dat ik thuis op dat vlak grotendeels beschermd was. Maar als racisme zelfs in je gezin aanwezig kan zijn, dan bestaat er eigenlijk geen ontsnappen aan. Dat is iets wat voor geadopteerden fundamenteel anders kan zijn, en wat ik intuïtief meteen aanvoel als een andere ervaring.
Je boek werd onlangs gepubliceerd. Welke reacties kreeg je zoal? Wat merk je dat mensen bijblijft?
Het is me al opgevallen dat iedereen andere accenten legt en iets anders uit het boek haalt. Persoonlijke verhalen blijven vaak hangen, omdat dat resoneert en mensen zich daar in herkennen.
Daarnaast merk ik dat veel mensen het boek heftig vinden om te lezen, omdat ze geconfronteerd worden met lacunes in hun kennis. Ze denken: Dat wist ik niet en hoe kan het dat ik dat niet wist? Hoezo heb ik vijf jaar psychologie gestudeerd en weet ik dit nu pas? Die onzekerheden en wake-upcalls worden vaak geuit. Mensen stellen hun kennis in vraag en vragen zich af: Wat betekent dit voor mij als hulpverlener? Doe ik het wel goed?
Het feit dat ik zelf zoekende ben in het boek - naar woorden en manieren van nadenken over zorg - verlaagt blijkbaar ook de drempel voor lezers. Door mijn eigen zoektocht en kwetsbaarheid te tonen, krijgen zij de moed om hun eigen exploratie aan te gaan. Dat mijn zoektocht de motivatie van mensen voedt, vind ik een fijn en onverwacht iets.
Je laat in je boek inderdaad veel van jezelf zien. Hoe was dat voor jou?
Veel mensen zeggen dat ik me kwetsbaar opstel door persoonlijke verhalen te delen, maar eerlijk gezegd voelt dat voor mij nog wel oké (lacht). Het was niet akelig: het is wat ik het beste ken, het is wie ik ben. Ik zag het vooral als een manier om het verhaal te ondersteunen, zonder daarmee een boek te schrijven dat alleen over mij gaat, want het gaat over zoveel meer.
Ik kan mezelf als onderzoeker en psycholoog ook niet los zien van mijn eigen verhaal: alles is verweven. Ik ben geen toeschouwer van dit verhaal, ik ondervind het zelf. Het is mijn realiteit. Die balans tussen het persoonlijke en het professionele probeerde ik te zoeken en wilde ik uiten in mijn boek. Dat voelde juist en natuurlijk aan.
We zijn dat misschien niet gewend van academici of psychologen. Daar heerst vaak het idee van afstandelijkheid: je observeert, analyseert, praat erover, maar deelt niet te veel van jezelf. Maar ik vind dat verkeerd: als je kwetsbaarheid verwacht, moet je het zelf ook durven tonen.
Hoe zie jij de toekomst van de mentale gezondheidszorg voor mensen van kleur in Vlaanderen?
Dat is een vraag die ik vaak krijg. Ik hoop op een toekomst waarin racisme geen rol meer speelt, maar we moeten ook realistisch blijven: ik denk niet dat dat in mijn leven nog volledig zal veranderen.
Pas recent zijn we in België op een degelijke wijze begonnen met gesprekken over racisme in de gezondheidszorg en over de impact die dat heeft op de gezondheid van mensen. Mijn hoop is dat we deze gesprekken kunnen blijven voeren én dat concrete acties volgen. Racisme moet écht beschouwd worden als een bedreiging voor de volksgezondheid, niet iets waar mensen zich alleen ‘een beetje slecht door voelen’. Het heeft ernstige gevolgen en het beïnvloedt ons allemaal. Ik hoop dat daarrond meer draagvlak kan ontstaan. En ik hoop ook dat de politiek hierin mee wil gaan. Want hulpverleners kunnen hun deel doen, maar een probleem dat politiek van aard is, vraagt ook politieke maatregelen.
Bedankt voor dit interview, Ama!
Witte zorg, zwart leed is nu verkrijgbaar, zowel online als in de winkel.
Gepost in: Interview