“Als je adoptie niet honderd procent foutloos kan organiseren, dan ben ik van mening dat je het beter niet doet”, stelt directeur Inge Demol.
Deze quote verscheen op de website van VRT na mijn interview in De Ochtend op Radio 1. In dat gesprek legde ik uit waarom ik de beslissing van de minister steun om transnationale adoptie uit te faseren. De quote roept bij veel mensen vragen op. Wat met kinderen die nood hebben aan een gezin? Wat met wensouders die vandaag op de wachtlijst staan? En wat betekent dit voor de vele geadopteerden, adoptieouders en eerste ouders vandaag?
Adoptie als meest ingrijpende jeugdbeschermingsmaatregel
Om die vragen te beantwoorden, moeten we naar de kern van wat adoptie is: een jeugdbeschermingsmaatregel. Doorheen de jaren heb ik adoptie, de manier waarop dit wordt gefaciliteerd en hoe er maatschappelijk naar wordt gekeken, zien evolueren. Ondanks deze evoluties blijft het uitgangspunt voor veel mensen nieuw: we zoeken ouders voor kinderen, niet kinderen voor ouders.
Transnationale adoptie wordt daarbij beschouwd als de laatste en meest ingrijpende beschermingsmaatregel voor een kind dat niet in het eigen gezin kan opgroeien. Net omdat het om zo’n ingrijpende maatregel gaat, moet het systeem aan de strengste voorwaarden voldoen.
Wereldwijd groeien naar schatting zo’n 7,5 miljoen kinderen op in een instelling in plaats van in een gezinscontext, maar niet al deze kinderen zijn adoptabel. Adoptie is enkel mogelijk als uit grondig onderzoek blijkt dat dit in het belang van het kind is. De familie in het herkomstland moet toestemming geven en op de hoogte zijn van de gevolgen van de afstand van hun kind. Daarnaast wordt onderzocht of er in het land zelf mogelijkheden zijn waar het kind kan opgroeien. Pas wanneer die opties ontbreken, wordt gekeken naar gezinnen in het buitenland.
Veranderde realiteit van transnationale adoptie
De realiteit van transnationale adoptie is de voorbije jaren sterk veranderd. Vijftien jaar geleden werden in Vlaanderen jaarlijks ongeveer 200 kinderen transnationaal geadopteerd. In 2024 ging het nog om 25 kinderen. Die dalende trend heeft verschillende oorzaken: de levensomstandigheden in landen van herkomst zijn verbeterd, er is meer toegang tot anticonceptie en abortus, het stigma rond alleenstaand ouderschap is verminderd en landen investeren sterker in hun eigen jeugdzorg en binnenlandse adoptie. Daarnaast beslissen sommige zendende landen, na vastgestelde wanpraktijken, om te stoppen met transnationale adoptie.
Ook het profiel van de kinderen is veranderd. Het gaat vandaag bijna altijd om kinderen met een special needs-profiel: oudere kinderen, vaak met medische noden, een ontwikkelingsachterstand of complex trauma. Adoptieouders worden hierop voorbereid en gescreend. Tegelijk brengen sommige problematieken ondersteuningsnoden met zich mee die het gezin alleen niet kan dragen. In de praktijk blijkt echter dat passende ondersteuning tekortschiet.
Gebrek aan garanties
Een adoptie is volgens mij alleen legitiem wanneer aan alle voorwaarden is voldaan. Op verschillende niveaus moeten belangrijke garanties aanwezig zijn: in de zorg voor eerste families, in een transparant adoptieproces met controle op de rol van tussenpersonen, organisaties en overheden, in een zorgvuldige voorbereiding en screening van kandidaat-adoptanten, in het maximaal waarborgen en correct documenteren van herkomstinformatie, en in voldoende gespecialiseerde begeleiding van kinderen en gezinnen nadien. Het blijkt echter bijzonder moeilijk om al die voorwaarden tegelijk te garanderen. In België is het zelfs niet mogelijk om nazorg verplicht te maken.
Wanneer een systeem structureel kwetsbaar blijft ondanks screenings en het strikter toezien op het naleven van regelgeving, moeten we als samenleving het antwoord durven geven op de vraag of we kunnen doorgaan: nee. Dit antwoord is niet nieuw. Het klinkt de laatste jaren, met ondersteuning van onderzoek en lived experiences, luider en luider. Ook lopende en afgeronde onderzoeken in herkomstlanden, samen met de vele meldingen van vermoedens van wanpraktijken bij het Vlaams Centrum voor Adoptie, tonen de kwetsbaarheid van het adoptiesysteem aan. Ik kan dus niet anders dan de uitspraak herhalen die bovenaan dit stuk staat. Nederland en Denemarken gingen ons hierin al voor.
En wat nu?
Zijn door deze uitfasering alle adopties uit het verleden negatief? Nee. Het systeem zegt niet noodzakelijk iets over de individuele ervaring. Ondanks de moeilijkheden waarmee zowel binnenlandse als transnationale geadopteerden geconfronteerd worden, toont onderzoek aan dat opgroeien in een veilige, stabiele en goed ondersteunde gezinssituatie nog steeds de voorkeur geniet boven opgroeien in een instelling.
En tot slot: afstand en adoptie stoppen niet bij deze uitfasering. Eerste ouders blijven eerste ouder. Geadopteerden blijven geadopteerd. Adoptieouders blijven adoptieouder. Wat ik al jaren heel duidelijk hoor van hen is de vraag naar meer en betere nazorg. Het is tijd om de middelen die vandaag worden ingezet om transnationale adoptie te faciliteren naar deze ondersteuning te heroriënteren. Zo kunnen we de vele duizenden geboorteouders, geadopteerden en adoptiegezinnen in Vlaanderen beter ondersteunen.
Inge Demol, directeur Steunpunt Adoptie vzw
We begrijpen dat de berichtgeving rond de intentie tot uitfasering van transnationale adoptie vragen en gevoelens oproept. Heb je als adoptiebetrokkene nood aan psychosociale ondersteuning? Aarzel niet om ons te contacteren.
Gepost in: Opinie