Contacteer ons of spring binnen op Raas van Gaverestraat 67b in Gent.

Ontdek onze groepsbegeleidingen, en evenementen.

Het laatste nieuws en interessantste weetjes over de wereld van adoptie.

Ontdek een hulpverlener bij jou in de buurt via deze handige adoptiekaart.

Wil je meer weten?

Hier vind je meer informatie over uiteenlopende thema's zoals belang van het kind, specifieke ondersteuningsbehoeften, nazorg, opvoeding, identiteit en roots.

Nazorg:

  • Taalachterstand bij adoptiekinderen
  • Rapport Nazorg en adoptie
  • EMDR-therapie bij adoptiekinderen met een trauma
  • Studie over invloed van informatiesessie op adoptieouders

Bekijk alles

EMDR-therapie bij adoptiekinderen met een trauma

(eerder verschenen in VAG-magazine)

Een kindrapport geeft een eerste papieren indruk van het kind dat jij een nieuwe opvoedingskans wil geven. Dergelijke dossiers geven helaas vaak een zeer beknopte achtergrond. In sommige gevallen klopt de informatie misschien ook niet helemaal. Je merkt dan pas later na de aankomst dat er iets speelt in je kind waar je de vinger niet op kan leggen. De spreekwoordelijke rugzak zit overvol en je kind toont dit in de vorm van probleemgedrag.

PTSS

Dit probleemgedrag kan een signaal zijn van stress na een zeer ingrijpende gebeurtenis, bv. een natuurramp, seksueel misbruik, fysiek geweld, getuige van een overlijden… Dergelijke trauma’s kunnen diepe sporen nalaten. Fragmenten van de gebeurtenis komen te pas en te onpas naar boven en zijn ontzettend ontwrichtend, zowel voor je kind als voor jou. Er kan sprake zijn van aanhoudende stress na een trauma ofwel een posttraumatische stressstoornis (PTSS).
Zuid-Afrikaanse hechtings- en traumadeskundige dr. Renée P. Marks legt het uit als volgt: “Trauma zet zich vast in het brein zonder dat het brein dit kan ‘archiveren’ en het de juiste plek kan geven. De herinnering aan de gebeurtenis is daarvoor te overweldigend. Vaak is het zo dat kinderen onbewust van die traumatische herinneringen proberen af te komen door middel van probleemgedrag, maar dat lost uiteindelijk niets op.”

PTSS bij kinderen kan – net als bij volwassenen – tot uiting komen door nachtmerries en flashbacks of door heftige reacties op bepaalde prikkels die met het trauma te maken hebben. Kinderen lijken voortdurend alert te zijn en zijn daardoor meer prikkelbaar en ervaren concentratieproblemen. Jongere kinderen kunnen dit ook tonen in hun spel. Soms is de link tussen het gedrag en het spel duidelijk, soms helemaal niet en is er verder onderzoek nodig. Een ander symptoom is vermijdingsgedrag, bv. het vermijden van bepaalde personen, plaatsen of gespreksonderwerpen. Kinderen kunnen zich sociaal terugtrekken en minder positieve emoties uiten. Vaak zijn er hevige schommelingen in het humeur en is er sprake van verminderde interesse in activiteiten. Tot slot kunnen kinderen na een ingrijpende gebeurtenis regresseren ofwel gedrag stellen uit een vroegere ontwikkelingsfase, bv. plots weer bedplassen na een hele periode van zindelijkheid, vaker huilen en de ouder aanklampen, dwangmatig gedrag…

EMDR

EMDR, ofwel Eye Movement Desensitization and Reprocessing, kan een oplossing zijn voor posttraumatische stress. Deze methode werd in 1989 ontwikkeld door de Amerikaanse psychologe Francine Shapiro. Zij ontdekte zeer toevallig een samenhang tussen snelle oogbewegingen en traumaverwerking. Shapiro voelde zich bezorgd en gespannen. Tijdens een wandeling merkte ze dat deze gevoelens plots minder sterk aanwezig waren en ze zich opgelucht voelde. Ze realiseerde zich dat ze spontaan snelle oogbewegingen had gemaakt terwijl ze dacht aan alles dat haar bezorgd maakte. Deze ervaring gaf haar het idee dat snelle oogbewegingen je beter laten voelen. De maanden erop onderzocht ze deze hypothese. Eerst door middel van experimenten op zichzelf, nadien op vrienden en familie en tenslotte op cliënten die bij haar in therapie waren. In 1987 voerde ze haar eerste klinisch onderzoek waarbij ze de techniek toepaste op vrijwilligers en later Vietnamveteranen. Twee jaar later publiceerde ze haar resultaten.

  • Hoe verloopt EMDR?

EMDR is een kortdurende, geprotocolleerde therapievorm, een behandeling die met andere woorden volgens vaste stappen verloopt. Als het gaat om een trauma na een éénmalige ingrijpende gebeurtenis, dan zijn vaak enkele sessies nodig om de draad weer op te pikken. Bij een langdurig trauma en een complexere problematiek duurt de behandeling langer.
Om zicht te krijgen op hoeveel sessies er ongeveer nodig zijn, zal de therapeut eerst enkele gesprekken wijden aan de voorbereiding. Tijdens deze gesprekken wordt de levensloop van de cliënt besproken, de problematiek bevraagd en eventuele tegenindicaties bepaald om zo tot een behandelplan te komen. In deze voorbereidingsfase zal de therapeut ook informatie geven over wat hij zal doen en waarom. Hij zal de cliënt uitgebreid uitleggen wat hij kan doen om zijn emoties zo goed mogelijk de baas te blijven.
Na deze voorbereidingsfase start de therapeut de EMDR-techniek. Hij vraagt de cliënt om terug te denken aan de traumatische gebeurtenis en daarbij het ergste beeld op te roepen. De cliënt moet hierbij zijn negatieve gedachten en gevoelens opnoemen en beschrijven welke lichamelijke prikkels hij ervaart. De therapeut vraagt de cliënt ook om de positieve gedachte te vertellen die hij zou willen krijgen.
Vervolgens start de verwerkingsfase of desensitisatie. De cliënt moet de gebeurtenis opnieuw oproepen, maar nu in combinatie met een afleidende prikkel. De therapeut zwaait bijvoorbeeld heen en weer met enkele vingers. Deze prikkel kan ook een geluidje zijn dat in een hoofdtelefoon afwisselend links en rechts speelt. Bij kinderen wordt soms gevlinderd door afwisselend op de schouders te tikken of de bovenbenen. Deze afleidende prikkels hebben als doel het verminderen van de ervaren stress om zo zelfs het meest traumatische herinneringsbeeld te neutraliseren. Dit meet de therapeut door telkens weer de cliënt te laten bepalen hoe eng het beeld is op een schaal van bijvoorbeeld 0 tot 10.

Er wordt gewerkt met sets van dergelijke afleidende prikkels. Tussen elke set wordt er even rust genomen en zal de therapeut de cliënt vragen welke gedachten, gevoelens of lichamelijke prikkels naar boven komen. Vaak verandert er wat. Na elke set moet de cliënt zich concentreren op de meest opvallende verandering, waarna nieuwe sets volgen tot het beeld geen spanning meer oproept.

  • Hoe (goed) werkt het?

Uitvoerig onderzoek in de afgelopen decennia maakt van EMDR een wetenschappelijk onderbouwde methode. Ze wordt gezien als even effectief in vergelijking met traumagerichte cognitieve gedragstherapie, die internationaal aanbevolen wordt als aangewezen therapie bij de behandeling van PTSS (Diehle et al., 2014).

Hoewel EMDR dus in tussentijd stevig onderbouwd is, blijft er discussie over hoe deze therapie juist werkt. Wat maakt deze methode zo effectief? Er zijn verschillende hypothesen. Een eerste veronderstelt een verstoring tussen de linker- en rechterhersenhelft als gevolg van het trauma. Dit blokkeert de gebruikelijke emotionele verwerking waardoor de traumatische ervaring onverwerkt opgeslagen blijft. Kort gesteld zouden oogbewegingen (of een andere bilaterale, links-rechts, stimulatie) deze verstoring opheffen. Dit zorgt ervoor dat de twee hersenhelften weer samenwerken en verwerking van het trauma mogelijk wordt.
Een andere hypothese is die van het werkgeheugen. Het ophalen van herinneringen – zoals een trauma – belast het werkgeheugen. Het volgen van de zwaaiende vingers van de therapeut door middel van oogbewegingen kost eveneens werkgeheugen. Omdat zowel het ophalen van herinneringen als het volgen van de zwaaiende vingers energie vraagt van het werkgeheugen verliest de herinnering aan intensiteit. De oogbewegingen zorgen er dus voor dat het trauma minder levendig en negatief wordt; en daardoor minder traumatisch.

Een derde hypothese verwijst naar de gelijkenis met de oogbewegingen tijdens de REM-slaap. In deze fase van onze slaap verwerken onze hersenen de ervaringen van de voorbije dag. Indrukken en belevenissen worden gelinkt aan informatie uit oudere netwerken van ons langetermijngeheugen en hierin opgeslagen. Het idee is dat de oogbewegingen bij EMDR steunen op hetzelfde proces van informatieverwerking als in onze REM-slaap. Zo maakt EMDR het mogelijk om de geheugenfragmenten die samen de traumatische herinnering vormen (bv. indrukken via onze zintuigen, gedachten, gevoelens…) te verwerken door ze te integreren en vervolgens op te slaan.

Wat kan je als ouder doen?

Hoe jonger het kind, hoe meer de ouders betrokken worden bij de behandeling. Soms zijn ouders zelfs aanwezig bij de therapie. Bij hen voelt het kind zich veilig. Bovendien kunnen ze belangrijke informatie geven over de evolutie van de klachten van hun kind.

Als ouder kan je ook naast de therapie veel doen voor je kind. Een grote beschermende factor voor PTSS bij kinderen is de empathie van de ouders, wat een uitdaging kan zijn wanneer je kind probleemgedrag stelt. Volgens hechtings- en traumadeskundige Marks is het belangrijk om te proberen te begrijpen en af te vragen waar het gedrag vandaan komt. Wat vertelt je kind met zijn gedrag? Door zelf een open en empathische houding aan te nemen vergroot je als ouder de kans op openheid bij je kind. Een kind dat zich begrepen voelt, zal zijn pijn durven delen. Omgekeerd zal je door telkens en alleen afwijzend te reageren op probleemgedrag een negatief zelfbeeld voeden bij je kind dat zich gefaald voelt. Een sensitief-responsieve houding bij de ouders laat toe gevoelens en gedrag zonder oordeel te benoemen.

Twee ouders delen hun ervaring

”Aan het begin van het 3de leerjaar stelde mijn zoon zeer agressief gedrag. Hij toonde ook faalangst. Er volgde een opname in de kinderpsychiatrie. Hier werd de diagnose reactieve hechtingsstoornis gesteld. We kregen een doorverwijzing naar een EMDR-therapeut. De sessies konden heftig zijn. Soms wou mijn zoon niet aangeraakt worden. Dan werkte de therapeut met elektronische eitjes die trillen.
EMDR was voor ons een invasieve, maar effectieve therapie. De goede samenwerking met de therapeut speelt hierbij een heel belangrijke rol. Mijn zoon heeft een soort van klik gemaakt. Het lijkt alsof er een last van zijn schouders is gevallen. Hij zit nu in het buitengewoon onderwijs. Zijn diagnose is veranderd in PTSS.”

”Onze zoon kreeg al 4 jaar begeleiding van een orthopedagoog om te werken aan zijn gedragsmoeilijkheden. In samenspraak met de kinderpsychiater hebben we besloten om EMDR te volgen. Zo zou hij een preverbaal trauma kunnen verwerken. Op voorwaarde dat wij als ouders betrokken bleven, hebben we samen de stap gezet. We zijn ongeveer 4 maanden wekelijks op therapie geweest. Dit was zeer intens en confronterend.
De effecten op lange termijn moeten we nog afwachten. Mijn zoon wordt nog boos, maar hij geeft aan dat hij vanbinnen wel nog weet wat hij doet. Het voelt voor hem alsof er meer plaats is in zijn hoofd om moeilijke dingen te begrijpen.”

EMDR in België

Op de website www.emdr-belgium.be kan je een therapeut vinden. Op deze site vind je ook meer info over EMDR als therapie. Bekijk zeker de FAQ’s. Die geven zinvolle antwoorden op vragen als ‘vanaf welke leeftijd kan EMDR bij kinderen toegepast worden’, ‘hoelang duurt een EMDR-behandeling bij kinderen’ en ‘kan EMDR doeltreffend zijn in het geval van adoptie’.
Op de website van de EMDR-vereniging in Nederland (www.emdr.nl) kan je onder andere filmpjes bekijken die uitleg geven hoe een therapeut (bij kinderen) te werk gaat. Er zijn ook kinderen die getuigen over hun ervaring met EMDR.

Psychotherapie wordt deels terugbetaald. Vraag bij je ziekenfonds na hoeveel zij juist vergoeden.

Bronnen

http://www.emdr.be
http://www.emdr-belgium.be/
http://www.emdr.nl/
http://reneewolfs.com/blog/2014/10/begrip-grootste-cadeau-voor-kind-met-trauma/
http://reneewolfs.com/blog/wp-content/uploads/2014/10/InterviewRenee-P-Marks-Adoptiemagazine2014.pdf
http://www.emdr.nl/wp-content/uploads/2015/10/EMDR_Folder_Clienten.pdf
Diehle, J., Schmitt, K., Daams, J., Boer, F., & Lindauer, R. (2014). Effects of psychotherapy on trauma-related cognitions in posttraumatic stress disorder: A meta-analysis. Journal of Traumatic Stress, 27, 257-264.
P.G. Zimbardo, R.L. Johnson, A.L. Weber (2005). Psychologie: een inleiding. Pearson Education Benelex: Amsterdam.