Contacteer ons of spring binnen op Raas van Gaverestraat 67b in Gent.

Ontdek onze groepsbegeleidingen, en evenementen.

Het laatste nieuws en interessantste weetjes over de wereld van adoptie.

Ontdek een hulpverlener bij jou in de buurt via deze handige adoptiekaart.

29 nov
Interview

Vandaag (29/11/2023) verschijnt Voorbij transnationale adoptie. Een kritische en meerstemmige dialoog. Het boek bundelt 27 bijdrages die aandacht hebben voor de bredere machtsstructuren en sociaal-politieke contexten die transnationale adoptie vormgeven. Alle bijdrages zijn geschreven door geadopteerden en bondgenoten. Wij spraken met initiatiefnemers Sophie Withaeckx, Chiara Candaele en Atamhi Cawayu. Waarom is deze publicatie nodig? Hoe is het boek tot stand gekomen? En wat mogen lezers ervan verwachten? 

Kunnen jullie jezelf kort even voorstellen?

Sophie Withaeckx: Ik ben universitair docent aan Maastricht University, waar ik verbonden ben aan het departement Filosofie en lid ben van het Centre for Gender & Diversity. Zelf ben ik binnenlands geadopteerd en heb daarom, vanuit persoonlijke interesse, discussies rond adoptie vanop een afstand gevolgd.

Mijn onderzoeksinteresse werd echter gewekt toen ik me bewust werd van de systematische wantoestanden in adoptie en het stuitende gebrek aan respons op getuigenissen van geadopteerden die dergelijke wantoestanden aanklaagden. Toen ik op zoek ging naar hoe adoptie vanuit filosofisch en ethisch perspectief wordt gekaderd, stelde ik vast dat dit thema in deze disciplines nog zeer onbekend is.

Vanuit deze achtergrond ben ik dus zelf onderzoek naar adoptie beginnen te doen, waarbij ik enerzijds kijk naar hoe ethisch verantwoord (of niet) adoptie is, en ook naar hoe opvattingen rond menselijkheid een rol spelen in de manier waarop we naar geadopteerden kijken.

Chiara Candaele: Ik ben historica aan de Universiteit Antwerpen en specialiseerde me in de recente geschiedenis van het kind. Mijn doctoraat gaat over de geschiedenis van transnationale adoptie in België (1945-2000). Daarnaast ben ik wetenschappelijk medewerkster bij het Algemeen Rijksarchief waar ik onderzoek voer naar de behandeling en positie van metissen (personen met een Afrikaanse en Europese ouder) tijdens de Belgische kolonisatie van Congo, Rwanda en Burundi (1885-1962).

Atamhi Cawayu: Ik ben onderzoeker aan de Boliviaanse Katholieke Universiteit in La Paz, Bolivia. Als onderzoeker focus ik mij op adoptie en kinderbescherming in Bolivia vanuit een sociaal-wetenschappelijke lens. Voor mijn doctoraatsthesis deed ik onderzoek naar verschillende actoren en stakeholders in Bolivia als land van herkomst. Hierbij stelde ik de verhalen van de eerste families, wiens kinderen naar het buitenland geadopteerd werden, centraal. Mijn academische interesse in adoptie vloeit voort uit mijn persoonlijke geschiedenis als geadopteerde uit Bolivia. Zo ben ik ook medeoprichter van Network of Bolivian Adoptees.

Hoe is het idee voor deze publicatie ontstaan?

Sophie:  Het idee voor de publicatie komt voort uit onze motivatie om informatie rond wantoestanden in adoptie beter beschikbaar te maken voor een breed publiek, zodat dit kan bijdragen aan beter geïnformeerde discussies rond dit thema.

Een belangrijke aanleiding hiervoor was onze deelname aan het Vlaamse Expertenpanel Interlandelijke Adoptie. Naar aanleiding hiervan werden, naast het eigenlijke rapport van het panel, aan verschillende Vlaamse universiteiten (UA, VUB, UGent) een aantal deelstudies vanuit verschillende disciplines gedeeld en beschikbaar gemaakt via de website van Kind & Gezin (Opgroeien). Ondanks de beschikbaarheid van deze deelrapporten merkten we dat velen toch nog een drempel ervaren om wetenschappelijk onderzoek te lezen. Het boek heeft daarom tot doel om recent wetenschappelijk onderzoek rond dit thema nog beter toegankelijk te maken, door het opnemen van meer beknopte en toegankelijk geschreven wetenschappelijke bijdragen.

Een tweede doelstelling is het delen van ervaringen van geadopteerden zelf. In discussies rond adoptie worden ‘negatieve’ en ‘positieve’ ervaringen dikwijls tegen elkaar uitgespeeld, wat niet alleen leidt tot een problematische vereenvoudiging van deze ervaringen, maar ook tot het minimaliseren van de reële ervaringen van geadopteerden met wantoestanden. We nodigden geadopteerden daarom uit om zelf hun ervaringen te delen, in al hun complexiteit, en aan te tonen dat hun stemmen, visies en kennis centraal horen te staan.

Chiara: In de Lage Landen bestond er nog geen bundel over kritische adoptiestudies. Nochtans is er de afgelopen vijftien jaar veel baanbrekend onderzoek verschenen. Daarnaast waait er een nieuwe wind door het adoptiedebat in Vlaanderen en Nederland. Steeds meer geadopteerden brengen hun minder rooskleurige verhalen naar buiten. In het licht van de recente of lopende onderzoekscommissies rond wanpraktijken bij transnationale adoptie, was het hoog tijd om deze nieuwe inzichten te bundelen en voor een breed publiek toegankelijk te maken.

Atamhi: Daarnaast vonden we het belangrijk om de stemmen van geadopteerden centraal te stellen in dit boek. Zij spelen namelijk een onmisbare rol in de kennisproductie over adoptie. Geadopteerden hebben overheen de jaren heel wat kennis opgebouwd, vanuit hun persoonlijke ervaring alsook hun professionele of academische achtergrond met dit thema.

Hoe zijn jullie op zoek gegaan naar bijdrages? Hoe is dat selectieproces verlopen?

Sophie: De bijdragen werden verzameld door de lancering van een algemene ‘call voor deelname’, die we verspreid hebben via onze eigen kanalen en via organisaties van en voor geadopteerden. De belangrijkste voorwaarde was dat de auteurs in staat waren om adoptiepraktijken in een breder, globaal perspectief te kunnen plaatsen en rekening hielden met de ongelijkheden, maar ook complexiteit, die ermee gepaard gaat.

De respons overtrof onze verwachtingen. We waren meteen aangenaam verrast door de hoge kwaliteit en originaliteit van de inzendingen. We kregen ook meteen een mooi evenwicht tussen enerzijds academische bijdragen van onderzoekers (waarvan sommige zelf geadopteerd zijn) en anderzijds essays en persoonlijke reflecties geschreven door geadopteerden.

Door hun variëteit en breedte (in thema’s, academische disciplines, achtergronden, stijlen…) vullen de bijdragen elkaar heel mooi aan. Slechts 1 voorstel hebben we afgewezen omdat de auteur enkel in het Engels zou schrijven en het vertalen praktisch te moeilijk zou zijn voor ons. Alle andere voorstellen hebben we een plaats kunnen geven in het boek.

Wat mogen lezers verwachten van dit boek?

Sophie: Het boek is voor zover ik weet het eerste dat kritisch adoptieonderzoek uit de Lage Landen samenbrengt en dit op een manier die toegankelijk is voor een breed publiek. De combinatie met de persoonlijke bijdragen en essays van geadopteerden zorgt ervoor dat lezers beseffen dat dit geen abstract en afstandelijk verhaal is, maar dat het gaat om echte mensen en levens die door adoptie ingrijpend veranderd worden, waarbij adoptie zelfs blijft doorwerken in volgende generaties.

Chiara: Het boek bevat zowel klassieke wetenschappelijke artikelen als meer persoonlijke bijdragen. Deze bijdragen wisselen elkaar af, net omdat we de ervaringen die geadopteerden neerschrijven ook als een belangrijke vorm van kennis willen valoriseren.

Atamhi: Het boek omvat 27 bijdragen. Door de variëteit in verhalen tracht het boek de lezer te laten nadenken en reflecteren. De verhalen tonen namelijk de complexiteit van transnationale adoptie aan, en hoe dit een impact heeft op de levens van geadopteerden.

Jullie zijn alle drie sterk onderlegd binnen de kritische adoptiestudies. Komen jullie nog zaken tegen die jullie verbazen?

Sophie: Wat me blijft verbazen, is de onwil van beleidsmakers en de adoptiesector om het belang van het kind - eerder dan de belangen van wensouders - centraal te stellen, om het subsidiariteitsprincipe van de nochtans reeds in 2005 door België ondertekende Haagse Conventie te respecteren, en te beseffen dat wantoestanden in adoptie enkel zullen verdwijnen als de sector grondig herdacht wordt.

Onderzoekspanels (Nederland, Zweden, Frankrijk, Zwitserland, België…) overal in Europa komen tot dezelfde conclusies en stellen vast dat wanpraktijken systematisch en eigen zijn aan een adoptiesysteem dat opereert in landen en gemeenschappen waar ouders en kinderen zeer kwetsbaar zijn voor misbruik. Telkens opnieuw blijven overheden vasthouden aan de praktijk, waarbij de onderliggende en nauwelijks verholen motivatie uiteindelijk ligt in het beantwoorden aan de vraag van wensouders naar kinderen, en niet in het beantwoorden van de nood aan gezinsondersteuning van vele families die nu getroffen worden door adoptie. Er is nood aan een grondige wijziging in de manier waarop we nadenken over adoptie, maar velen verkiezen om te blijven vasthouden aan het ‘adoptiesprookje’.

Wat me verder blijft verbazen is hoe ook de vragen van (volwassen) geadopteerden naar nazorg, psychologische en financiële ondersteuning bij zoektochten en hun recht naar identiteit van secundair belang blijft en ondergeschikt wordt gemaakt aan het in leven houden van de adoptiesector.

Chiara: Mijn eigen doctoraat was de eerste wetenschappelijke bijdrage over de geschiedenis van transnationale adoptie in België. Onze historische kennis van adoptie in België staat dus nog echt in de kinderschoenen. Tot de jaren 1990 bestond er in België geen wettelijk kader rond de bemiddeling van adopties. Iedereen die dat wilde, kon een adoptiebureau oprichten en de adopties organiseren volgens de eigen denkbeelden en principes. Het blijft verbazingwekkend dat vele duizenden kinderen naar België kwamen onder minimale regelgeving en begeleiding, wat ongetwijfeld wanpraktijken in de hand heeft gewerkt. 

Atamhi: In de laatste tien jaar is er heel wat activisme en onderzoek verricht door geadopteerden en hun bondgenoten die de structurele problemen binnen het transnationale adoptiesysteem blootleggen. Als geadopteerde onderzoeker blijft het me echter verbazen hoe weinig aandacht er wordt besteed aan herstelpraktijken voor geadopteerden en hun eerste families, alsook hoe irreguliere adoptiepraktijken geminimaliseerd worden, of worden afgeschilderd als iets uit het verleden.

Welke bijdragen in de publicatie blijven jullie vooral bij?

Sophie: De essays en bijdragen van geadopteerden zelf hebben me het meest geraakt, elk op hun eigen manier. Allen zijn het eerlijke getuigenissen, die dikwijls pijnlijk zijn om te lezen, maar ook getuigen van de kracht en wil van geadopteerden om verbinding te zoeken en elkaar te ondersteunen.

Chiara: De eerste bijdrage van Groesen & Ter Wee, over drie Sri Lankaanse vrouwen die door adoptie van elkaar gescheiden raakten en elkaar als volwassenen terugvinden, komt meteen hard binnen. Adoptie smeedt verwantschap en familiebanden, maar kan ze tegelijk ook verwoesten.

Atamhi: Ook voor mij blijven de bijdragen van de geadopteerden me het meeste bij. De unieke invalshoeken en eerlijke getuigenissen tonen de kracht die ze bezitten om het dominante adoptienarratief in vraag te stellen.

Staan er al nieuwe projecten op stapel?

Sophie: Voorlopig niet. We zullen wel in de komende maanden ons best doen om het boek onder de aandacht te brengen. Zelf probeer ik in mijn onderzoek meer verbinding te leggen met onderzoek naar de rechten van donorkinderen en de impact van anonimiteit in donorconceptie en andere geassisteerde reproductietechnieken op de kinderen en volwassenen die hieruit voortkomen. Hier stellen zich immers gelijkaardige vragen en ethische dilemma’s, en ook hier heeft onderzoek en beleid zich veel te lang enkel gericht op de perspectieven en verlangens van wensouders. Het zou daarom goed zijn om deze verschillende onderzoeksvelden meer met elkaar te verbinden.

Chiara: Ik voer momenteel onderzoek naar de behandeling van metissen tijdens de Belgische kolonisatie van Congo, Rwanda en Burundi. Veel metissen werden als kind van hun Afrikaanse families gescheiden en door de overheid in instellingen geplaatst. Daarnaast belandden sommige kinderen ook in België, waar ze door witte gezinnen werden geadopteerd (zie ook de bijdragen van Vertommen en Kamanayo). Deze geschiedenis vertoont bijzonder interessante parallellen met die van transnationale adoptie. Volgend jaar zal ik ook onderzoek voeren in Nederland, waar ik me voeg bij een team dat verplaatsingen van kinderen in Nederlands-Indië en de Republiek Indonesië (1804-1980) bestudeert.

Atamhi: We zijn van plan om de komende maanden het boek te promoten in België en Nederland door het organiseren van verschillende offline en online events. Daarnaast blijf ik me verder focussen op onderzoek naar adoptie en kinderbescherming in Bolivia. Er zijn nog veel verhalen die nog niet verteld zijn en ik hoop via onderzoek mijn steentje bij te dragen om die verhalen zichtbaar te maken voor publiek.

Hier lees je meer over Voorbij transnationale adoptie en kan je het boek bestellen.

Gepost in: Interview

23 feb
Actueel
De adoptiewetgeving in Vlaanderen wordt momenteel hervormd. Hieronder vind je een overzicht van …
22 feb
Hulpverlener in de kijker
Sinem Cakir is een hulpverlener op onze adoptiekaart. Zij werkt als familieopsteller en innerlij…
15 feb
Interview
Marthe is bewust alleenstaande mama van Yentl*. Yentl is 4 jaar en binnenlands geadopteerd. Hoe …
02 feb
Verslag
Naar jaarlijkse gewoonte lanceerden we in najaar 2023 een nieuwe incentive oproep voor nazorgpro…